1.4.4.1 — Verlening en verlenging (deel 1) Circulaire wapens en munitie 2019
Verlening en verlenging
In artikel 28, eerste lid, van de WWM is bepaald dat een verlof – uitsluitend voor wapens en munitie behorende tot categorie III – wordt verleend door de korpschef. De korpschef kan dus nooit een verlof verlenen voor wapens van categorie I of II. Indien er bij de korpschef een aanvraag wordt ingediend voor het verkrijgen van een verlof voor een wapen van categorie I of II dan dient de korpschef deze aanvraag onverwijld door te sturen naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender
4 Zie artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht
.
Indien de Minister van Justitie en Veiligheid overgaat tot de verlening van de gevraagde ontheffing dan wordt in veel gevallen in de ontheffing opgenomen dat de ontheffing slechts geldig is voor zover de wapens en/of munitie staan vermeld op een verlof tot het voorhanden hebben. Deze voorwaarde wordt vaak gesteld vanwege het feit, dat er op die manier beter toezicht mogelijk is op de ontheffing houder en het aantal wapens beter in de hand gehouden kan worden. Omdat de bevoegdheid tot het voorhanden hebben wordt ontleend aan de verleende ontheffing is geen sprake van strijdigheid met het bepaalde in het eerste lid van artikel 28 van de WWM. De bijschrijving van de ontheffing plichtige wapens op een verlof is een combinatie van documenten zoals bedoeld in artikel 40 van de WWM. Omwille van de duidelijkheid dient voor deze wapens op het verlof een verwijzing te worden opgenomen waaruit blijkt dat de bevoegdheid tot het voorhanden hebben wordt ontleend aan de bijbehorende ontheffing.
Aanvraagformulieren
Voor het aanvragen van een verlof wordt gebruik gemaakt van de daartoe bestemde formulieren zoals die zijn opgenomen in bijlage III bij de RwmM. Het aanvraagformulier is conform artikel 7, eerste lid onder a WWM vastgesteld en opgenomen als bijlage WM 32 in bijlage III van de Rwm.
Juridische status gebruikte formulieren
Het gebruik van het aanvraagformulier en het inlichtingenformulier is verplicht op basis van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de WWM en artikel 48 Rwm. Het niet (volledig) invullen van het aanvraagformulier en het inlichtingenformulier leidt tot een afwijzing van de aanvraag op basis van ditzelfde artikel.
Op grond van art. 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aanvrager is gehouden, op grond van artikel 4:2 van de Awb de (aanvullende) gegevens en bescheiden te verschaffen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn.
5 Kamerstukken II, vergaderjaar 1994–1995, 24 107, nr. 3, p. 11
De informatie van het inlichtingenformulier wordt gebruikt om landelijk te kunnen toetsen of er sprake is van vrees voor misbruik op basis van de in deel B, onderdeel 1, van deze circulaire vastgelegde risicofactoren.
6 Dit inlichtingenformulier zal worden vervangen door een onderzoek met behulp van de e-screener. De aanvrager is dan verplicht aan dit onderzoek mee te werken. Op grond van de uitkomsten van de e-screener test wordt een indicatie aan de korpschef gegeven over de psychische gesteldheid van de aanvrager.
Wanneer de aanvrager niet de gegevens verschaft die nodig zijn voor de beoordeling, maar waarover hij wel kan beschikken, kan de aanvraag worden afgewezen. Zie in dit kader artikel 7, eerste lid, van de WWM juncto artikel 4:5, eerste lid, onderdeel c, van de Awb. Wanneer op enig moment blijkt dat een aanvrager het formulier onjuist heeft ingevuld, kan worden besloten tot een intrekking van het verlof of afwijzing van het verzoek op basis van twijfel omtrent de betrouwbaarheid.
Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van het aanvraagformulier en het inlichtingenformulier worden de volgende stappen doorlopen om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor de verlening van het gevraagde verlof:
1. De aanvrager doet zijn aanvraag in persoon en legitimeert zich daarbij. Controleer de identiteit en leeftijd van de aanvrager;
2. Controleer of de aanvrager daadwerkelijk woonachtig is en ingeschreven staat op het opgegeven adres;
3. Controleer in het bijzijn van de aanvrager of het aanvraagformulier en het inlichtingenformulier volledig zijn ingevuld en of de aanvraag compleet is. Indien dit niet het geval is dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag aan te vullen.
7 Zie in dit kader artikel 4:5, eerste lid, onderdeel c, van de Awb.
4. Ga na of de aanvrager een redelijk belang heeft bij de verlening van een verlof (zie hiervoor de in onderdeel B 2 tot en met B 6 opgenomen criteria)
5. Controleer of het voorhanden hebben van (vuur)wapens en/of munitie aan de aanvrager kan worden toevertrouwd (zie onderdeel B 1). Hiertoe dienen minimaal de volgende bronnen geraadpleegd te worden:
• Justitieel Documentatieregister;
• De interne politieregisters;
• CIE – registers (voor zover mogelijk).
• Open bronnen. De volgende bronnen kunnen worden geraadpleegd indien daartoe aanleiding bestaat (deze opsomming is niet limitatief): de wijkagent, de referenten, de aanvrager zelf in een nader gesprek.
6. Bespreek met de aanvrager of de vragen op het inlichtingenformulier goed door de aanvrager konden worden ingevuld. Kondig aan dat, als daar aanleiding toe is, een vervolggesprek onderdeel kan uitmaken van de procedure en dat, los daarvan, referenten kunnen worden geraadpleegd.
7. Controleer – middels een bezoek aan de locatie waar het wapen en/of de munitie opgeslagen zal gaan worden – of de aanvrager beschikt over een opbergplaats die voldoet aan de eisen voor het opbergen van wapens en/of munitie (zie B 8). Het verdient aanbeveling om deze controle – in verband met de mogelijk daaruit voor de aanvrager voortvloeiende consequenties, zoals de aanschaf van een wapenkluis of de aanpassing van een bergplaats – pas uit te voeren als vast staat dat het verlof kan worden verleend.
Formulieren ten behoeve van de schietvereniging
Krachtens artikel 43a van de Rwm zijn schietsportverengingen, die een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie hebben, verplicht om een wapenuitgifte-, een munitie-uitgifte en een introducé register bij te houden, overeenkomstig een door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgesteld model. De modellen heb ik in bijlage C4 tot en met C7 bij deze circulaire vastgesteld. De bij de KNSA aangesloten schietverenigingen of bij de KNTS aangesloten verenigingen mogen in plaats daarvan ook gebruik maken van de door de KNSA respectievelijk KNTS vastgestelde modellen.
Verlenging van een verlof
Voor de verlenging van een verlof hoeft geen aanvraagformulier te worden ingevuld tenzij ten aanzien van de persoon van de aanvrager of ten aanzien van zijn omstandigheden zodanige wijzigingen hebben plaatsgevonden dat het indienen van een nieuw aanvraagformulier onontbeerlijk is. De aanvraag van de verlenging van een verlof kan derhalve eventueel ook mondeling worden gedaan onder gelijktijdige overlegging van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de verlengingsaanvraag. Bij die beoordeling wordt bezien of de aanvrager nog steeds een redelijk belang heeft bij de verlening van een verlof en of er ten aanzien van de aanvrager geen sprake is van een situatie van ‘vrees voor misbruik’. Daartoe is het invullen van het inlichtingenformulier WM 32, opgenomen in bijlage III van de Rwm noodzakelijk.
Overeenkomstige toepassing beoordeling jachtaktes
Op basis van het bepaalde in paragraaf 1.2 van het Bijzonder deel (B) van de circulaire, onder ‘relatie met Wet natuurbescherming’, vindt de beoordeling van het vrees voor misbruik-criterium ten behoeve van de verstrekking en verlenging van jachtaktes ook plaats conform het hierboven omschreven beoordelingsproces.
Verstrekking jachtaktes aan in het buitenland woonachtige aanvragers
Ten aanzien van jachtaktehouders met een woonplaats buiten Nederland, gelden de volgende afwijkende voorwaarden. Punt 7. van het hierboven uiteengezette aanvraagproces geldt niet.
- Regeling
- Circulaire wapens en munitie 2019
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-02-2020
- BWB-id
- BWBR0043120
- Versie
- 2020-02-01_0