wetzoeker

1.4.3.2 — Weigering en intrekking Circulaire wapens en munitie 2019

Weigering en intrekking

Een erkenning kan door de korpschef (zie artikel 7, tweede lid en artikel 12 WWM) of door de Minister van Justitie en Veiligheid (zie artikel 7, tweede lid, WWM) worden ingetrokken.

Naast de algemene weigerings- en intrekkingsgronden van artikel 7 WWM zijn specifiek voor erkenningen in de artikelen 10 en 12 van de WWM respectievelijk de imperatieve (dwingende) weigeringsgronden en de facultatieve intrekkingsgronden opgesomd.

Op grond van deze bepalingen kan een erkenning worden ingetrokken indien:

• de erkende bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt;

• er aanwijzingen zijn dat aan de erkenninghouder of de beheerder het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd (zie hiervoor onder ‘vrees voor misbruik’);

• er sprake is van misbruik van de erkenning dan wel van wapens of munitie;

• niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor verlening;

• een aan de erkenning verbonden beperking of voorschrift niet in acht is genomen;

• er sprake is van dringende, aan het algemeen belang ontleende, redenen die aan verlenging in de weg staan;

• de erkende het register niet heeft bijgehouden op de wijze als in artikel 12 RWM is voorgeschreven;

• de houder van een erkenning gedurende een periode van tenminste één jaar de handelingen waarop de erkenning betrekking heeft, niet heeft verricht.

Regeling
Circulaire wapens en munitie 2019
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-02-2020
BWB-id
BWBR0043120
Versie
2020-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl