wetzoeker

1.3.4.4 — Overige overheidsfunctionarissen Circulaire wapens en munitie 2019

Overige overheidsfunctionarissen

Krachtens artikel 3a, derde lid, van de WWM zijn de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste lid, 20a, tweede lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid WWM, niet van toepassing op de overige openbare dienst en op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover de Minister van Justitie en Veiligheid dit bij regeling heeft bepaald.

Een dergelijke regeling wordt door de Minister van Justitie en Veiligheid slechts vastgesteld, indien de noodzaak tot bewapening voor het desbetreffende onderdeel van de openbare dienst of voor de desbetreffende groep personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, aannemelijk is gemaakt en hun bekwaamheid in de omgang met wapens is gebleken. Bij de beoordeling van de noodzaak gelden de criteria zoals die hiervoor zijn gegeven voor de buitengewoon opsporingsambtenaren.

In artikel 7 RWM wordt vrijstelling verleend van het verbod van artikel 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid en artikel 26, eerste lid WWM, aan personen die werkzaam zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut of de afdeling Logistiek van het PDC van de nationale politie, voor zover het doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren of het voorhanden hebben geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

Overheidsfunctionarissen die op basis van de RWM niet in aanmerking komen voor de uitrusting met een wapen, ten aanzien waarvan de noodzaak daartoe vaststaat, hebben een redelijk belang bij het voorhanden hebben en kunnen zich tot de korpschef wenden met het verzoek om een verlof op grond van artikel 28 WWM. Verlening van een verlof op deze grondslag is zo mogelijk van tijdelijke aard. Overleg met het ministerie is aangewezen.

Regeling
Circulaire wapens en munitie 2019
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-02-2020
BWB-id
BWBR0043120
Versie
2020-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl