wetzoeker

1.3.4.1 — Krijgsmacht Circulaire wapens en munitie 2019

Krijgsmacht

Krachtens artikel 3a, eerste lid, van de WWM zijn de artikelen 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26 eerste lid, en 27 eerste lid, niet van toepassing op de krijgsmacht. Zij zijn evenmin van toepassing op personen die daarvan deel uitmaken of daarvoor werkzaam zijn, voor zover Onze Minister van Defensie dit bij regeling heeft bepaald.

In de ‘Regeling wapens en munitie krijgsmacht personeel’ (Stcrt. 1996, 250) heeft de Minister van Defensie deze uitzonderingsbepaling nader uitgewerkt. Naast Nederlands en niet-Nederlands krijgsmacht personeel in werkelijke dienst ziet deze regeling ook toe op burgerambtenaren in dienst van de Minister van Defensie die belast zijn met de uitoefening van een beveiligings- of bewakingstaak, werkzaam zijn bij een materieel beproevings- of onderhoudsafdeling dan wel werkzaam zijn bij een schietinrichting of vervoersdienst van wapens en munitie.

Ook civiele contractspartijen, voor zover deze door de Minister van Defensie zijn belast met het

vervoer van wapens en munitie, vallen onder de werking van deze regeling. Zo mogen transportbedrijven wapens en munitie van de categorie II en III vervoeren, voorhanden hebben, doen binnenkomen of uitgaan voor zover de opdracht daartoe, door de Minister van Defensie, blijkt uit door hen mee te voeren documenten.

Regeling
Circulaire wapens en munitie 2019
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-02-2020
BWB-id
BWBR0043120
Versie
2020-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl