wetzoeker

Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord)

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 13 december 2019, nr. WJZ/ 19201387, houdende nadere regels tot vergunningverlening windenergie op zee voor het kavel V van het windenergiegebied Hollandse Kust (noord) (Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord))

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2020
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Economische Zaken en Klimaat
BWB-id
BWBR0043064
Versie
2020-04-01_0
SHA-256 bron
5687debc5d7bff856ea2465938139750e9cff6bd38fa041a39eb30f78be6022f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Bijlage — behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord) (deel 1)
  10. Bijlage — behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord) (deel 2)

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

flexibiliteit van het leveringsprofiel van een windpark: mate waarin de levering van elektriciteit aan het net op zee in de tijd niet rechtstreeks afhankelijk is van de windcondities op het moment van de levering;

kavel V: kavel V van het windenergiegebied Hollandse Kust (noord) zoals aangewezen in Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord) (Stcrt. 2019, nr. 24545);

minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, die dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

TRL: schaal die aangeeft hoe dicht een bepaalde innovatie bij de marktintroductie zit volgens de verdeling die door de Europese Commissie wordt toegepast in het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020 (https://ec.europa.eu/research/participants/data/ref/h2020/other/wp/2018-2020/annexes/h2020-wp1820-annex-g-trl_en.pdf);

wet: Wet windenergie op zee.

Artikel 2

1 De aanvraag voor een vergunning voor kavel V wordt ingediend in de periode tussen 2 april 2020 en 30 april 2020, 17:00 uur.

2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 3

1 Het ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, van de wet, omvat ten minste:

a. een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten minste de locatiegegevens, het merk, type, de technische specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark omvat;

b. de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan;

c. informatie die aannemelijk maakt dat tijdig de verklaring, bedoeld in artikel 6.16d, eerste lid, onderdeel c, van het Waterbesluit kan worden overgelegd.

2 Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen opgenomen, waarbij voor het zogeffect uitsluitend rekening wordt gehouden met het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan en de windparken Egmond aan Zee en Prinses Amalia.

3 In het tijdschema, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel b, van de wet worden de realisatiedata vermeld van de volgende activiteiten:

a. de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998;

b. de verstrekking van opdrachten aan leveranciers en installateurs;

c. de plaatsing van de eerste fundering;

d. de plaatsing van de eerste windturbine;

e. de start van de levering van elektriciteit;

f. de datum van ingebruikname van 95% van het windpark;

g. de datum van ingebruikname van het gehele windpark; en

h. het buiten bedrijf stellen van het windpark.

4 De raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de wet, omvat in ieder geval een exploitatieberekening met:

a. een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie;

b. een overzicht van alle kosten en baten van de productie-installatie;

c. een berekening van het projectrendement over de looptijd van het project.

5 In de raming van de maatschappelijke kosten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel d, van de wet, wordt ten minste aandacht besteed aan:

a. de bezetting van het net van de netbeheerder van het net op zee uitgedrukt in het aantal MWh per jaar;

b. indien van toepassing een beschrijving en onderbouwing van de planning om 95% van het windpark eerder in gebruik te nemen dan de maximale termijn;

c. indien van toepassing de demonstratie van innovatie in het windpark of onmiddellijk daarmee verbonden middelen op kavel V die bijdraagt aan het vergroten van de flexibiliteit van het leveringsprofiel van windparken op zee in de toekomst; en

d. een disseminatie- en communicatieplan met een beschrijving van de kennisdeling inzake de innovatie, bedoeld in onderdeel c.

6 De inventarisatie en analyse van de risico’s, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel e, van de wet, omvat ten minste:

a. de risico’s bij de bouw van het windpark;

b. de risico's met betrekking tot de ontwikkeling van de financiële opbrengst van de te produceren elektriciteit; en

c. de risico’s bij de exploitatie van het windpark.

7 De omschrijving van de maatregelen ter borging van de kostenefficiëntie, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel f, van de wet omvat ten minste de methodes van risicobeheersing en de voorgenomen mitigerende maatregelen ten aanzien van de in het zesde lid bedoelde risico’s.

8 Tot de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel g, van de wet, worden gerekend:

a. de aanvrager en indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft, elke deelnemer aan het samenwerkingsverband;

b. de verantwoordelijke partij voor het projectmanagement;

c. de leverancier van de windturbines;

d. de installateur van de windturbines;

e. de leverancier van de funderingen;

f. de installateur van de funderingen;

g. de leverancier van de parkbekabeling;

h. de installateur van de parkbekabeling; en

i. de verantwoordelijke voor het onderhoud en de bediening van het windpark.

9 De beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel h, van de wet, betreft de kennis en ervaring bij windparken op zee en omvat:

a. het geïnstalleerd vermogen van de windparken waarvoor door de verantwoordelijke partij voor het projectmanagement tijdens de bouw het projectmanagement is gedaan;

b. het aantal door de leverancier geleverde windturbines;

c. het aantal door de installateur geïnstalleerde windturbines;

d. het aantal door de leverancier geproduceerde funderingen;

e. het aantal door de installateur geïnstalleerde funderingen;

f. het aantal elektriciteitsverbindingen op zee waarvoor door de leverancier bekabeling is geleverd;

g. het aantal windturbines dat door de installateur van de parkbekabeling is aangesloten; en

h. het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke voor het onderhoud en de bediening in onderhoud heeft en bedient.

10 Bij de aanvraag worden tevens de volgende gegevens gevoegd:

a. een samenvattende beschrijving van de realisatie, exploitatie en ontmanteling van het windpark;

b. een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen;

c. indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft een door elke deelnemer ondertekende verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband; en

d. de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of hun moederondernemingen, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.

Artikel 4

1 Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

2 Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 3, tiende lid, onderdelen b en d. De omvang van het eigen vermogen van de aanvrager bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.

3 Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, meegerekend:

a. indien de aanvrager een samenwerkingsverband is, het eigen vermogen van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;

b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is en mits de moederonderneming daarmee schriftelijk instemt, het overige eigen vermogen van de moederonderneming.

4 Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen vier jaar na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt in ieder geval rekening gehouden met het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel b, van de wet.

5 Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de wet.

Artikel 5

1 De onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de wet vindt plaats overeenkomstig de waardering in punten zoals opgenomen in de bijlage waarbij een hoger aantal punten leidt tot een hogere rangschikking.

2 Als bij de rangschikking van de aanvragen volgens de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in het eerste lid, twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdeel f, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdelen a tot en met e, gezamenlijk.

3 Als bij toepassing van het tweede lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdeel d, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdelen a tot en met c en e, gezamenlijk.

4 Als bij toepassing van het derde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdeel e, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdelen a tot en met c, gezamenlijk.

5 Als bij toepassing van het vierde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdeel c, van de wet, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdelen a en b, gezamenlijk.

6 Als bij toepassing van het vijfde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zwaarder dan het criteria, genoemd in artikel 24, tweede lid, onderdeel b, van de wet.

Artikel 6

De kosten voor de behandeling van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedragen € 0.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2020.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord).

Bijlage — behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord)

Bijlage — behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord) (deel 1)

Onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel a, van de wet

1. Weging in punten:

Criterium: de kennis en ervaring van de betrokken partijen (artikel 24, tweede lid, onderdeel a, van de wet) Maximum aantal punten: 10

Kwalitatieve maatstaven | Beoordelingsmaatstaf | Ptn.

1 | De kennis en ervaring van de partijen die verantwoordelijk zijn voor het projectmanagement | Deze partijen hebben projectmanagement uitgevoerd voor windparken op zee | Deze windparken hebben een gezamenlijke capaciteit van minder dan 25 MW | 0

Deze windparken hebben een gezamenlijke capaciteit van 25 MW of meer | 3

2 | De kennis en ervaring van leveranciers van de funderingen | Deze partijen hebben funderingen geleverd voor windparken op zee | Er zijn minder dan 10 funderingen geleverd | 0

Er zijn 10 of meer funderingen geleverd | 1

3 | De kennis en ervaring van installateurs van de funderingen | Deze partijen hebben funderingen geïnstalleerd voor windparken op zee | Er zijn minder dan 10 funderingen geïnstalleerd | 0

Er zijn 10 of meer funderingen geïnstalleerd | 1

4 | De kennis en ervaring van leveranciers van de windturbines | Deze partijen hebben windturbines geleverd voor windparken op zee | Er zijn minder dan 10 windturbines geleverd | 0

Er zijn 10 of meer windturbines geleverd | 1

5 | De kennis en ervaring van installateurs van de windturbines | Deze partijen hebben windturbines geïnstalleerd voor windparken op zee | Er zijn minder dan 10 windturbines geïnstalleerd | 0

Er zijn 10 of meer windturbines geïnstalleerd | 1

6 | De kennis en ervaring van leveranciers van de bekabeling die de individuele windturbines verbindt en aansluit op het platform | Deze partijen hebben bekabeling geleverd die gebruikt is voor elektriciteitsverbindingen op zee | Bekabeling geleverd voor minder dan 10 verbindingen op zee | 0

Bekabeling geleverd voor 10 of meer verbindingen op zee | 1

7 | De kennis en ervaring van installateurs van de bekabeling die de individuele windturbines verbindt en aansluit op het platform | Deze partijen hebben bekabeling geïnstalleerd die individuele windturbines verbindt en aansluit op een platform op zee | Bekabeling geïnstalleerd voor de verbinding van minder dan 10 windturbines met een platform | 0

Bekabeling geïnstalleerd voor de verbinding van 10 of meer windturbines met een platform | 1

8 | De kennis en ervaring van partijen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en de bediening van het windpark | Deze partijen hebben onderhoud en bediening van windparken op zee uitgevoerd | Ervaring met onderhoud en bediening van windparken op zee met een gezamenlijke capaciteit van minder dan 25 MW | 0

Ervaring met onderhoud en bediening van windparken op zee met een gezamenlijke capaciteit van 25 MW of meer | 1

Criterium: de kwaliteit van het ontwerp voor het windpark (artikel 24, tweede lid, onderdeel b, van de wet) Maximum aantal punten: 10

Kwalitatieve maatstaven | Beoordelingsmaatstaf | Ptn.

1 | De realisatie- overeenkomst en de aansluit- en transportovereen-komst gesloten met de netbeheerder van het net op zee | De termijn na het onherroepelijk zijn van de vergunning waarbinnen de aanvrager (vergunninghouder) kan instemmen met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de realisatieovereenkomst en de aansluit- en transportovereenkomst overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998. | De termijn is meer dan 12 maanden | 1

De termijn is 6 – 12 maanden | 5

De termijn is minder dan 6 maanden | 10

Criterium: de capaciteit van het windpark (artikel 24, tweede lid, onderdeel c, van de wet) Maximum aantal punten: 10

Kwalitatieve maatstaven | Beoordelingsmaatstaf | Ptn.

1 | De productiecapaciteit van het windpark | Het gezamenlijk geïnstalleerd vermogen van het windpark in MW | Niet minder dan 693 MW en minder dan 720 MW | 1

Gelijk of meer dan 720 MW en minder dan 740 MW | 5

Gelijk of meer dan 740 MW en niet meer dan 760 MW | 10

Criterium: de maatschappelijke kosten (artikel 24, tweede lid, onderdeel d, van de wet) Maximum aantal punten: 30

Kwalitatieve maatstaven | Beoordelingsmaatstaf | Ptn.

1 | De efficiency van het gebruik van het net op zee. | De berekende P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie per jaar | Minder dan 2.900.000 MWh per jaar | 1

Gelijk of meer dan 2.900.000 MWh en minder dan 3.000.000 MWh per jaar | 3

Gelijk of meer dan 3.000.000 MWh en minder dan 3.100.000 MWh per jaar | 5

Gelijk of meer dan 3.100.000 MWh en minder dan 3.200.000 MWh per jaar | 7

Gelijk of meer dan 3.200.000 MWh en minder dan 3.300.000 MWh per jaar | 9

Gelijk of meer dan 3.300.000 MWh per jaar | 10

De tijd waarvan aannemelijk is gemaakt dat ten minste 95% van het windpark eerder dan de maximale termijn van 60 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning in gebruik is | minimaal 3 maanden sneller | 2

minimaal 9 maanden sneller | 4

minimaal 15 maanden sneller | 7

minimaal 21 maanden sneller | 10

2 | Het stimuleren van innovatie ten bate van de integratie in het Nederlandse energiesysteem van toekomstige windparken | De demonstratie van innovatie in het windpark of onmiddellijk daarmee verbonden middelen op kavel V die bijdraagt aan het vergroten van de flexibiliteit van het leveringsprofiel van windparken op zee in de toekomst. Voor iedere demonstratie moet ten tijde van de demonstratie ten minste sprake zijn van een prototype in een operationele omgeving (TRL7) in de vorm van een pilot. De demonstratie moet starten uiterlijk 60 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning. | Potentiële impact van de innovatie voor windparken in de toekomst als de innovatie marktrijp wordt gemaakt. | 0-7

De mate waarin de innovatie vernieuwend en vindingrijk is t.o.v. de op dit moment beste op de markt beschikbare producten, diensten of processen

De mate waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de innovatie met succes kan worden gedemonstreerd in een operationele omgeving

De mate waarin inzichtelijk is welke specifieke, meetbare en tijdsgebonden voortgang de demonstratie zal kennen en hoe deze bij uitvoering van de innovatie kenbaar zal worden gemaakt

De mate waarin bij de uitvoering van de demonstratie geborgd is dat de exploitatie van het windpark als geheel geen risico loopt

De mate waarin kennis en ervaringen wordt gedeeld over de innovatie die wordt gedemonstreerd | De mate van kennis die wordt gedeeld | 0-3

De kwaliteit van een disseminatie- en communicatieplan

De mate waarin het disseminatie- en communicatieplan de te delen kennis, specifiek, meetbaar en tijdgebonden beschrijft

De mate waarin de doelgroepen zijn benoemd en de disseminatie- communicatiemiddelen daar bij aan sluiten

Criterium: de kwaliteit van de inventarisatie en analyse van de risico’s (artikel 24, tweede lid, onderdeel e, van de wet) Maximum aantal punten 10

Kwalitatieve maatstaven | Beoordelingsmaatstaf | Ptn.

1 | Risico's met betrekking tot de ontwikkeling van de financiële opbrengst van de te produceren elektriciteit | Prijsrisico’s voor elektriciteit en garanties van oorsprong | Korte termijn marktfluctuaties op de spotmarkt | 0-4

Lange termijn prijsontwikkeling

De positie van windenergie op zee in de toekomstige energiemix

Volumerisico's | Onzekerheid over verkoop volumes

Onbalanskosten | Korte termijn onbalanskosten

Ontwikkeling van de energiemix op lange termijn

Risico's met betrekking tot afnemende partijen | Financiële draagkracht en andere relevante kwaliteiten van de (interne of externe) afnemende partij

Verhouding tussen de omvang van afname door afnemende partij en de totale handelsstroom van de (interne of externe) afnemende partij

2 | Risico's met betrekking tot de bouw van het windpark | Leveringsrisico's van cruciale onderdelen | Beschikbaarheid geschikte productiefaciliteiten | 0-3

Beschikbaarheid productiecapaciteit in bepaalde periode

Beschikbaarheid van onderdelen met een lange leverings- of productietijd

Transport- en installatierisico's | Beschikbaarheid van geschikte installatieschepen

Bijlage — behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord)

Bijlage — behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel V Hollandse Kust (noord) (deel 2)

Beschikbaarheid van specifieke transport- en installatieapparatuur

Weerrisico's in relatie tot de in te zetten transport- en installatieapparatuur en het ontwerp van het windpark

3 | Risico's met betrekking tot de exploitatie van het windpark | Werkzaamheden op zee | Toegankelijkheid van installaties | 0-3

Beschikbaarheid van geschikte apparatuur

Energieopbrengst | Risico van langjarig gemiddelde windsnelheid

Jaarlijkse variaties en invloed daarvan op de liquiditeit

Functioneren van de technologie | Beschikbaarheid van de windturbine en parkbekabeling

Preventieve onderhoudskosten

Technische faalfactoren

Grootschalige correctieve interventies

Criterium: de kwaliteit van de maatregelen ter borging van kostenefficiëntie (artikel 24, tweede lid, onderdeel f, van de wet) Maximum aantal punten: 30

Kwalitatieve maatstaven | Beoordelingsmaatstaf | Ptn.

1 | Het mitigeren van risico's met betrekking tot de ontwikkeling van de financiële opbrengst van de te produceren elektriciteit | De verkoopstrategie van de opgewekte elektriciteit en garanties van oorsprong | De wijze van verkoop | 0-14

Termijn van prijsvastlegging

Allocatie van onbalansrisico

Algemene opzet van de (interne of externe) afnemende partij

De contractvormen | Vorm van afname- en betalingsverplichtingen

Relatie met marktreferentieprijzen

De financiële sterkte van de afnemende partij | Interne garantieregelingen

Financiële kwaliteit van afnemende partij

Aanvullende financiële garanties

2 | Het mitigeren van risico's met betrekking tot kosten voor de bouw van het windpark | Ontwerp-, fabricage- en levering strategie | Ontwerp maatregelen die fabricage en levering risico's mitigeren | 0-8

Transportstrategie en installatiestrategie

Contractstrategie, onderverdeling in werkpakketten

Ervaring op het gebied van het managen van de toeleveringsketen

Management van risico’s op de overgangspunten tussen de diverse werkpakketten

Management van de ontwerp, certificering en productie doorlooptijd

Het kunnen beschikken over productie capaciteit voor het beoogde ontwerp gedurende de project periode.

Bescherming tegen fluctuaties in grondstof prijzen, apparatuur prijzen en veranderende rente

Zekerheid van beschikbaarheid van belangrijkste benodigdheden en onderdelen | Beschikbaarheid (eigen of gecontracteerde) installatie schepen en apparatuur

Geschiktheid van schepen en apparatuur mbt weerrisicos en milieu eisen

Beschikbaarheid van personele capaciteit

3 | Het mitigeren van risico's met betrekking tot kosten van de exploitatie van het windpark | De operationele- en onderhoudsstrategie | Logistiek concept | 0-8

Beschikbaarheid van personele capaciteit

Ontwerpkeuzes die de toegankelijkheid van het windpark optimaliseren

Optimalisatie van de energie opbrengst | Ontwerpkeuzes die de beschikbaarheid van het windpark optimaliseren

Maatregelen die het productieprofiel optimaliseren

Analyse van operationele marges en financiële buffers en maatregelen om variaties in wind en niet-beschikbaarheid van het windpark op te vangen

Zekerheid met betrekking tot het functioneren van de technologie | Beschikbaarheidsgaranties van leveranciers

Strategieën voor management van preventief en correctief onderhoud

Wijze waarop verzekeringen zijn ingezet om operationele risico’s te mitigeren

2. Indicatieve waardes op een continuschaal van 0 tot 100 in procenten voor de criteria, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdelen e en f, van de wet en voor onderdeel 2 in de tabel ‘Criterium: de maatschappelijke kosten’, bedoeld in onderdeel 1 van deze bijlage:

indicatieve tussenwaardes op een continuschaal

Uitstekend, met toegevoegde waarde | 100%

Zeer goed, met enige toegevoegde waarde | 80%

Goed | 60%

Ruim voldoende | 40%

Voldoende | 20%

Matig | 0%