KVB1 Besluit tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2020
Het examen KVB1 omvat de volgende onderdelen:
A.De wettelijke bepalingen voor zover deze van belang zijn voor de veiligheid van de vaart op die wateren
1. Scheepvaartverkeerswet (SVW)
SVW als basis voor de scheepvaartreglementen.
Het varen onder invloed van bepaalde stoffen (zoals alcohol), de ademtest en de ademanalyse. Het intrekken van het vaarbewijs en de ontzegging van de vaarbevoegdheid.
2. Binnenvaartwet (BVW)
Het belang van de BVW voor de recreatievaart.
3. Wetboek van Koophandel
Verplichting tot hulpverlening in gevaarsituaties en bij aanvaring en tot het verstrekken van gegevens bij aanvaring.
4. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
Toepassingsgebied. Betekenis van enige uitdrukkingen. Verplichtingen van de schipper, de bemanning en andere personen die zich aan boord bevinden. Kentekens op schepen.
Lichten en dagtekens. Geluidsseinen en regels voor marifoon. Vaarregels. Regels voor het stilliggen.
Bijzondere bepalingen voor snelle motorboten en andere kleine schepen.
5. Het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR)
Toepassingsgebied. Betekenis van enige uitdrukkingen. Verplichtingen van de schipper, de bemanning en andere personen die zich aan boord bevinden. Lichten, dagtekens, geluidsseinen en vaarregels, in het bijzonder voor zover afwijkend van het Binnenvaartpolitiereglement.
BPR-bepalingen die van toepassing zijn op RPR-gebied.
6. Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT), Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM), Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW), Internationale Bepalingen ter voorkoming van Aanvaringen op Zee (BVA) en Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE)
Toepassingsgebied
B. De behandeling van de voortstuwingswerktuigen; de veiligheidsmaatregelen
1. Enige basis motorkennis en de behandeling van de voortstuwingswerktuigen
Zorg te besteden aan de voortstuwingswerktuigen vóór, tijdens en ná het varen.
2. De veiligheidsmaatregelen
Maatregelen in acht te nemen ter voorkoming van brand en explosie.
Bekend zijn met de blusmethoden en te gebruiken blusstof bij brand in: vaste stoffen, brandbare vloeistoffen, flessengas en in onder elektrische spanning staande apparaten.
Plaatsing en gebruik van brandblusmiddelen.
Plaatsing en gebruik van reddingsmiddelen.
Plaatsing van radarreflectoren.
3. Milieu
Geluid.
Vuilwaterafvoer.
C. De waterwegen, de omstandigheden van het vaarwater; elementaire meteorologie
1. De waterwegen, de omstandigheden van het vaarwater
De op kanalen, rivieren en meren voorkomende bebakening, betonning en verlichting, alsmede de verkeerstekens langs of boven de vaarwateren.
Het NAP en andere vergelijkingsvlakken.
Diepten en brughoogten, peilschalen en hoogteschalen.
Het gebruik van de waterkaarten, nautische boekwerken en wateralmanakken.
2. Elementaire meteorologie
Het ontvangen van weerberichten via de diverse beschikbare communicatiekanalen en het interpreteren van de verkregen informatie.
De schaal van Beaufort en de daarin gebruikte begrippen.
D. Het varen en manoeuvreren, de onder bijzondere omstandigheden te nemen maatregelen
1. Theoretische kennis van het varen en manoeuvreren
Schroef- en roerwerking.
Draaicirkel en ronddraaien in een beperkte ruimte.
Aankomen, afvaren, meren en ontmeren, afhankelijk van wind en/of stroom, met en zonder boegschroef.
Stopweg.
2. Bijzondere omstandigheden
Effect van varen in nauw en ondiep vaarwater (zuiging, oeverbeschadiging).
Ankeren.
Schutten in sluizen.
Manoeuvre ‘man over boord’.
Slepen en gesleept worden.
Maatregelen te nemen na aan de grond lopen.
Beperkingen in manoeuvreerbaarheid van bepaalde categorieën van schepen, zoals zeilschepen, sleep- en duweenheden.
- Regeling
- Besluit tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2020
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2020
- BWB-id
- BWBR0043031
- Versie
- 2020-01-01_0