wetzoeker

Besluit doorverlening mandaat, volmacht en machtiging directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2020

Besluit van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst van 1 januari 2020, nr. 4091301, houdende doorverlening mandaat, volmacht en machtiging aan de medewerkers binnen de Rijksvoorlichtingsdienst

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Algemene Zaken
BWB-id
BWBR0043026
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
69f86ced475ceaa40de0e21d992f66e5dba734f6c4f2aef8d460fd9037fa0e95

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

1 De aan de directeur-generaal krachtens ondermandaat toegekende bevoegdheden, als omschreven in de artikelen 10, 11 en 14 van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020, kunnen krachtens het hierbij verleende ondermandaat worden uitgeoefend door:

a. de plaatsvervangend directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;

b. de directeur Rijksvoorlichtingsdienst.

2 De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

a. bij afwezigheid van de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;

b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst aan hem zijn toevertrouwd.

3 De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden gebruik:

a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;

b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.

Artikel 2

1 Van de ondervolmacht zijn uitgesloten:

a. de bevoegdheid tot het opleggen van ordemaatregelen en straffen zoals genoemd in de CAO-Rijk;

b. de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan op initiatief van de medewerker zelf.

Artikel 3

1 De aan de directeur-generaal krachtens artikel 10 van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020 verleende bevoegdheden worden verleend aan het hoofd Communicatie Algemeen Regeringsbeleid en het hoofd Communicatie Koninklijk Huis voor de volgende bevoegdheden:

a. het nemen van beslissingen op het gebied van personeelsbeleid, waaronder inbegrepen het aangaan van een arbeidsovereenkomst;

b. het toekennen van beloningen voor de onder deze hoofden ressorterende medewerkers.

Artikel 4

1 Van de volmacht zijn uitgesloten:

a. de bevoegdheid tot het opleggen van ordemaatregelen en straffen zoals genoemd in de CAO-Rijk;

b. de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan op initiatief van de medewerker zelf.

Artikel 5

De bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 1 en 2 worden uitgeoefend uitsluitend voor zover het aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de medewerkers genoemd onder de artikelen 1 en 3 van dit besluit, met inachtneming van het Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020, departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen van het diensthoofd.

Artikel 6

Het Besluit van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst van 14 december 2017 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit doorverlening mandaat, volmacht en machtiging directoraat-generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2020.