wetzoeker

Artikel 4 Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020

Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

1 Mandaat in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen en ondertekenen van stukken bestemd voor:

a. de Koning;

b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en de daaruit gevormde onderraden en commissies;

c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie;

d. een Minister of een Staatssecretaris;

e. de Raad van State (van het Koninkrijk), behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;

f. de Algemene Rekenkamer, behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;

g. de Nationale ombudsman;

h. autoriteiten in binnen- en buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan de Minister.

2 De secretaris-generaal kan de stukken bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen de Minister en de secretaris-generaal. In dat geval ondertekent de secretaris-generaal de stukken op de in artikel 16, vierde lid, voorgeschreven wijze.

Regeling
Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-04-2025
BWB-id
BWBR0043000
Versie
2025-04-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl