wetzoeker

Wijzigingsbesluit Besluit bezoldiging politie, enz. (formalisering en uitvoering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018–2020 inzake diverse afspraken aangaande ambtenaren, werkzaam in de sector Politie)

Besluit van 13 december 2019 tot wijziging van het Besluit bezoldiging politie en enkele andere rechtspositionele besluiten ter formalisering en uitvoering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018–2020 inzake onder meer afspraken betreffende het inkomen, de capaciteit en inzetbaarheid, de kwaliteit, loopbaan en onderwijs en de duurzame inzetbaarheid van ambtenaren, werkzaam in de sector Politie

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0042927
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
3752c6e5cfb6323da7522b7935330c4a9ad4d560bd18f112b9fba329f213dbcd

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X

Artikel I

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel II

Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.

Artikel III

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994.

Artikel V

Wijzigt het Besluit rangen politie.

Artikel VI

Wijzigt het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten.

Artikel VII

1 In 2018 wordt een eenmalige uitkering uitbetaald aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, c, d, e en f van het Besluit algemene rechtspositie politie, die op 1 januari 2018 en op 1 november 2018 als zodanig zijn aangesteld binnen de sector Politie.

2 De in het eerste lid bedoelde uitkering is pensioengevend, bedraagt € 400 voor de ambtenaar met een aanstelling op 1 januari 2018 van 36 uur of meer per week en een evenredig deel daarvan ingeval van een aanstelling van minder dan 36 uur per week.

3 Indien de ambtenaar slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, heeft dit geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering.

4 Geen eenmalige uitkering ontvangen de ambtenaren bedoeld in het eerste lid, die op 1 januari 2018 geen bezoldiging ontvingen in verband met buitengewoon onbezoldigd verlof. Indien dit verlof niet volledig genoten wordt, wordt de uitkering naar rato van de daadwerkelijke dienstverrichting berekend.

5 De ambtenaar kan op eigen verzoek afzien van de uitkering.

Artikel VIII

1 In 2019 wordt een eenmalige uitkering uitbetaald aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, c, d, e en f van het Besluit algemene rechtspositie politie, die op 1 januari 2019 als zodanig zijn aangesteld binnen de sector Politie.

2 De in het eerste lid bedoelde uitkering is pensioengevend, bedraagt € 400 voor de ambtenaar met een aanstelling van 36 uur of meer per week en een evenredig deel daarvan ingeval van een aanstelling van minder dan 36 uur per week.

3 Indien de ambtenaar slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, heeft dit geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering.

4 Geen eenmalige uitkering ontvangen de ambtenaren die op 1 januari 2019 geen bezoldiging ontvingen in verband met onbezoldigd buitengewoon verlof. Indien dit verlof niet volledig genoten wordt, wordt de uitkering naar rato van de daadwerkelijke dienstverrichting berekend.

5 De ambtenaar kan op eigen verzoek afzien van de uitkering.

Artikel IX

Wijzigt het Wijzigingsbesluit Besluit algemene rechtspositie politie, enz.(formalisering Uitvoeringsafspraak sector Politie).

Artikel X

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2019, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2020.

2. Artikelen I, onderdelen C, onder 1, E, onder 1 en 3, I, K en II, onderdeel T, werken terug tot en met 1 juli 2019.

3. Artikelen I, onderdeel C, onder 2 en 3, en II, onderdelen J, onder 1, en L, werken terug tot en met 1 maart 2019.

4. Artikel I, onderdeel P, werkt terug tot en met 1 januari 2018 en is mede van toepassing op degenen die op dat tijdstip het 45-jarig ambtsjubileum reeds hebben bereikt.

5. Artikelen II, onderdelen H en M, en VIII werken terug tot en met 1 januari 2019.

6. Artikelen II, onderdeel O, en VII werken terug tot en met 1 januari 2018.

7. Artikel III, onderdelen A en B, artikel 26cc werken terug tot en met 1 februari 2018.

8. Artikelen III, onderdeel B, artikel 26cb en IX werken terug tot en met 1 juli 2016.