wetzoeker

18.b — Geen kostenonderzoek vaste kostenvergoeding om (op onderdelen) een specifieke gerichte vrijstelling van toepassing te laten zijn Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor provincies

Geen kostenonderzoek vaste kostenvergoeding om (op onderdelen) een specifieke gerichte vrijstelling van toepassing te laten zijn

BZK is benaderd met het verzoek (een deel van) de vaste kostenvergoeding aan te wijzen als gerichte vrijstelling, waardoor dat (deel) niet ten laste van de vrije ruimte gebracht hoeft te worden. Alles overziend, is niet voldaan aan dit verzoek.

De letterlijke tekst van het rechtspositiebesluit biedt wellicht de mogelijkheid en fiscaal is er misschien op lokaal niveau ruimte. Echter, er moet dan voor het kunnen gebruikmaken van een gerichte vrijstelling per kostensoort onderzoek worden gedaan naar de werkelijk gemaakte kosten. Reeds eerder is door de Belastingdienst geconcludeerd dat commissarissen, gedeputeerden en statenleden geen homogene groepen vormen. Dit betekent in beginsel dat door de werkgever voor iedere ambtsdrager die voor een (gedeeltelijk) onbelaste vaste kostenvergoeding in aanmerking wil komen, onderzoek moet worden gedaan naar zijn of haar eigen kosten.

BZK is van mening dat dergelijke onderzoeken, die bovendien alleen op lokaal niveau zouden kunnen worden gehouden, niet wenselijk zijn. De ambtstoelage in de vorm van de vaste vergoeding beoogt ook dat de ambtsdragers niet nader hun kosten op individueel niveau hoeven te onderbouwen.

BZK is bovendien van oordeel dat het deel van de vaste kostenvergoeding dat gericht zou kunnen worden vrijgesteld, of als intermediaire kosten zou kunnen worden aangemerkt, zeer beperkt is. In het rechtspositiebesluit lijkt de grens van het specifiek benoemen van vergoedingsmogelijkheden, na die voor ICT-kosten, de contributie van beroepsgroepen en de niet-partijpolitieke scholing, intussen bereikt. Kosten voor representatie, vakliteratuur, bureaukosten, porti, zakelijke giften en ontvangsten, zijn zodanig persoonsgebonden en individueel bepaald dat hier bewust een vaste forfaitaire kostenvergoeding voor is neergelegd. Juist voor deze kosten op het grensvlak van zakelijk en privé zijn geen vaste bedragen vast te stellen, die bovendien ook nog als fiscaal zakelijk aan te merken zouden zijn.

Natuurlijk is het bevredigend voor de provincie als er geen belasting hoeft te worden betaald, maar als de grens van de vrije ruimte wordt overschreden, is er sprake van reguliere belastingheffing. En wanneer het komt tot die belastingheffing, leidt die tot lagere kosten voor de werkgever dan bij het alternatief, bruteren. In §3 van de circulaire van 21 januari 2019 is hierop uitgebreid ingegaan. Kortheidshalve wordt op deze plaats hiernaar verwezen.

Regeling
Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor provincies
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
20-12-2019
BWB-id
BWBR0042914
Versie
2019-12-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl