wetzoeker

Beleidsregel intrekking CV/BV- Besluit en heroverweging Besluit IFZ 1997/204M

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
16-12-2019
Rechtsgebied
Belastingrecht, Internationale regelingen
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0042888
Versie
2019-12-16_0
SHA-256 bron
2b801a654f014076e6cf290b3bd536bbf084f97be54a5ffbea83a6e08d674479

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. 1 — Inleiding
  2. 2 — Intrekking van het CV/BV- Besluit en heroverweging van het besluit IFZ 1997/204M
  3. 3 — Lopende ingenomen standpunten

Tekst

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten:

Dit besluit is een intrekking van het besluit van 6 juli 2005, nr. IFZ 2005/546M, Stcrt. 2005, 167 , en aankondiging van heroverweging van het besluit van 19 maart 1997, IFZ 1997/204M, infobulletin 1997, 232.

1 — Inleiding

1 — Inleiding

In de Memorie van Toelichting bij wetsvoorstel Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking

1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 35 241, nr. 3, blz. 45.

heb ik het volgende opgemerkt:

‘Parallel aan de implementatie van ATAD2 zal per 1 januari 2020 ook het beleidsbesluit over hybride entiteiten onder het belastingverdrag met de VS

2 Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 6 juli 2005, IFZ2005/546M (Stcrt. 2005, 167).

worden ingetrokken. Andere beleidsbesluiten met een verband met de in dit wetsvoorstel opgenomen maatregelen zullen worden heroverwogen.’

Door middel van dit besluit wordt hieraan uitvoering gegeven.

2 — Intrekking van het CV/BV- Besluit en heroverweging van het besluit IFZ 1997/204M

2 — Intrekking van het CV/BV- Besluit en heroverweging van het besluit IFZ 1997/204M

Hierbij wordt het besluit van 6 juli 2005, nr. IFZ 2005/546M, Stcrt. 2005, 167 per 1 januari 2020 ingetrokken. Het besluit van 19 maart 1997, IFZ/204M, infobulletin 1997, 232, zal worden heroverwogen.

3 — Lopende ingenomen standpunten

3 — Lopende ingenomen standpunten

Voor per 1 januari 2020 nog lopende vaststellingsovereenkomsten waarin een standpunt is ingenomen over de toepassing van artikel 24, vierde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten geldt het volgende. In het besluit van 6 juli 2005 is goedgekeurd dat, onder de in het besluit beschreven voorwaarden, artikel 24, vierde lid, van genoemd verdrag niet zal worden toegepast op hybride entiteiten die voor Nederlandse fiscale doeleinden als transparant worden beschouwd en voor Amerikaanse fiscale doeleinden als niet-transparant. Omdat dit besluit per 1 januari 2020 niet langer van toepassing is, heeft de afspraak met de inspecteur over de voorwaarden voor het achterwege blijven van artikel 24, vierde lid met ingang van die datum zijn belang verloren en treedt dat artikel weer onmiddellijk in werking. Indien in de vaststellingsovereenkomst tevens zekerheid vooraf is gegeven op andere fiscale aspecten, blijft de materiele werking van de vaststellingsoverkomst voor die aspecten in stand.

Een op basis van artikel 2 van de Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland - Verenigde Staten van Amerika 1992 in samenhang met het besluit van 6 juli 2005 afgegeven beschikking om ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van dividendbelasting ingevolge artikel 10 van dit belastingverdrag verliest eveneens haar belang per 1 januari 2020. Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.