wetzoeker

Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen

Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen van 12 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/235039, houdende regelen ter uitvoering van Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0042882
Versie
2024-01-01_0
SHA-256 bron
dd93a6e969d781f34920b65cb783f1833fcc430c5de68f155f620f443b63c39c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij: aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241);

marktdeelnemer: marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de EU-verordening markttoezicht;

op de markt aanbieden: op de markt aanbieden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van de EU-verordening markttoezicht;

verordening: Verordening (EU) nr. 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PbEU 2019, L 169).

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 2

Deze regeling is mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone.

Artikel 3

Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 19 van de verordening, wordt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen.

Artikel 4

1 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste en tweede lid, 5, eerste en tweede lid, en 7, eerste, tweede en derde lid, van de verordening.

2 Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften gesteld krachtens artikel 7, zesde lid, van de verordening.

Artikel 5

Op de voorbereiding van een nationaal uitvoeringsplan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.

Artikel 6

1 Het is marktdeelnemers die betrokken is of is geweest bij het op de markt aanbieden van stoffen als zodanig, in mengsels of als bestanddeel van voorwerpen waarop de verordening betrekking heeft, verboden te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.

2 Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het online te koop aanbieden van stoffen als zodanig, in mengsels of als bestanddelen van voorwerpen waarop de verordening betrekking heeft, verboden te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen.