wetzoeker

Besluit vaststelling tijdstip recht verzekerde met verblijf zonder behandeling op mobiliteitshulpmiddelen ex Wet langdurige zorg

Besluit van 21 november 2019, houdende vaststelling van het tijdstip tot wanneer de verzekerde met verblijf zonder behandeling geen recht heeft op mobiliteitshulpmiddelen op grond van de Wlz

Soort
KB
Geldend vanaf
01-02-2020
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0042876
Versie
2020-02-01_0
SHA-256 bron
c5fa22824d1adc53eeb794ed3cd80a8b989bd53c7bf5979190ee92cda15d834c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Enig artikel

1 De verzekerde die op grond van de Wet langdurige zorg zonder behandeling in een instelling verblijft heeft tot 1 januari 2020 geen recht op individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet langdurige zorg.

2 Artikel 2.3.5, zesde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geldt tot 1 januari 2020 niet voor de daar bedoelde cliënten die zonder behandeling in een instelling verblijven en een maatwerkvoorziening inhoudende een hulpmiddel ter verbetering van hun mobiliteit hebben aangevraagd.