wetzoeker

1.3.1 — Geschiedenis van de archiefvormer Besluit beperkingen openbaarheid KNAW

Geschiedenis van de archiefvormer

Voorgeschiedenis

De voorloper van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) werd in 1808 opgericht door Koning Lodewijk Napoleon, in navolging van nationale wetenschappelijke genootschappen in het buitenland als de Royal Society in Londen en de Académie Française in Parijs. De toenmalige naam van de KNAW was het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten. Het Instituut was een lichaam dat gevraagd en ongevraagd adviezen kon uitbrengen aan de overheid en tevens sommige besluiten van die overheid moest uitvoeren. Na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk veranderde de naam van het Instituut in het Hollandsch Instituut of l’Institut d’Amsterdam. Vanaf 1812 is het Instituut, later de Akademie, gevestigd in het Trippenhuis te Amsterdam. Na het herstel van de onafhankelijkheid werd het voortbestaan van het Instituut op 2 februari 1814 bekrachtigd bij Soeverein Besluit en kreeg het de naam Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten. Het voortbestaan werd op 6 april 1816 opnieuw bekrachtigd bij koninklijk besluit. De nieuwe naam werd het Koninklijk Nederlandsche Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten.

Tijdens de regeerperiode van Willem II (1840–1849) kwam er steeds meer kritiek op het functioneren van het Instituut. Op 26 oktober 1851 werd het oude Instituut bij koninklijk besluit opgeheven en de Koninklijke Akademie van Wetenschappen opgericht, met als doelstelling, ‘bevordering der Wis- en Natuurkunde in haren gehelen omvang’. Op 23 februari 1855 werd deze doelstelling uitgebreid met ‘bevordering der Taal, Letter-, Geschiedkundige en Wijsgerige Wetenschappen’. Van 1855 tot 2017 kende de Akademie twee Afdelingen, gemakshalve aangeduid met de Afdeling Natuurkunde en de Afdeling Letterkunde.

Taken

Het bestaan van de KNAW werd lange tijd geregeld in een reeks koninklijke besluiten. Bij koninklijk besluit van 5 januari 1938, werd de taak en positie van de Akademie opnieuw bepaald en de naam van de organisatie definitief gewijzigd in de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (Stb. 1938, 390). In dit besluit werd ook een nieuw reglement vastgesteld. In het Reglement van de KNAW worden van oudsher het bestuur en de inrichting van de organisatie geregeld. Wijzigingen in het reglement werden tot 1991 steeds bij koninklijk besluit vastgesteld. De functie van de KNAW werd bij koninklijk besluit van 5 januari 1938 vastgelegd in artikel 2 van het Reglement: ‘De Akademie is bestemd tot:

a. een raadgevend lichaam voor de regering op het gebied der wetenschap;

b. een middelpunt van samenwerking voor de beoefenaars der wetenschap in Nederland, Nederland-Indië, Suriname en Curaçao;

c. een band van vereniging tussen de geleerden van Nederland en die van andere landen;

d. een instelling tot bevordering van zodanige wetenschappelijke onderzoekingen en ondernemingen als slechts door samenwerking van de beoefenaars der wetenschap en met ondersteuning van de regering kunnen tot stand gebracht worden.’

Met de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) van 8 oktober 1992 (Stb. 1992, 593) heeft de KNAW in 1993 rechtspersoonlijkheid gekregen. Deze rechtspersoonlijkheid sui generis, dat wil zeggen rechtstreeks voortvloeiend uit een wet, is opgenomen in artikel 1.16 van de WHW. De KNAW is vanaf dat moment een rechtspersoon met wettelijke taak. Met de instelling krachtens publiekrecht, is de KNAW tevens een bestuursorgaan overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de KNAW niet is bekleed met openbaar gezag, is zij geen ZBO zoals gedefinieerd in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. In de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) is het doel van de KNAW vastgelegd in het eerste lid van artikel 1.5 (WHW, Stb. 1992, nr. 593):

‘De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen is werkzaam op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek. In elk geval bevordert zij de uitwisseling van gedachten en informatie tussen haar leden onderling en tussen de leden en andere wetenschapsbeoefenaren en wetenschappelijke organisaties, adviseert zij Onze minister desgevraagd of uit eigen beweging over aangelegenheden op het gebied van de wetenschapsbeoefening en bevordert zij de wetenschapsbeoefening door werkzaamheden op dat gebied te verrichten of te doen verrichten’.

Organisatie

De KNAW is van oudsher in de basis een genootschap van gerenommeerde wetenschappers. Van 23 februari 1855 tot 1 januari 2017 kende de Akademie twee afdelingen (vanaf 2017 is het genootschap onderverdeeld in vier multidisciplinaire domeinen). De Afdeling Natuurkunde vertegenwoordigde de wiskundige en natuurkundige wetenschappen, levenswetenschappen en technische wetenschappen. De Afdeling Letterkunde vertegenwoordigde de geesteswetenschappen, rechtswetenschappen, gedragswetenschappen en maatschappijwetenschappen. De afdelingen hadden ieder een eigen bestuur. De Afdeling Natuurkunde was vanaf 1949 onderverdeeld in zes secties, vanaf 1960 aangevuld met een Sectie voor Technische Wetenschappen, van 1949 tot 1990 met een Vrije Sectie en van 1972 tot 1999 met een Sectie voor Biochemie en Biofysica. De Afdeling Letterkunde was vanaf 1979 onderverdeeld in vijf secties. De Verenigde Vergadering van beide Afdelingen, d.w.z. de algemene ledenvergadering, vormde formeel het hoogste orgaan binnen de KNAW.

De Akademieleden zijn onderverdeeld in gewone leden en buitenlandse leden. Voorts werden tot 2011 correspondenten gekozen (Nederlandse wetenschappers in het buitenland). De leden worden gekozen doormiddel van coöptatie; de bestaande leden kiezen de nieuwe leden. Tot 2011 bereidden de verschillende secties jaarlijks per vacature twee voordrachten voor met bijbehorende ‘memorie tot aanbeveling’. Memories tot aanbeveling werden gezien als geheime stukken. Van niet gekozen kandidaten werd de memorie tot aanbeveling bij reglement als vervallen beschouwd, en vernietigd.

De KNAW wordt geleid door een bestuur. Daarnaast hebben de vier domeinen een eigen bestuur. Tot 1973 bestond het algemeen bestuur uit de twee afdelingsbesturen van de Afdelingen Letterkunde en Natuurkunde. Bij afwisseling trad één van de beide voorzitters op als algemeen voorzitter van de Akademie. Op 6 maart 1973 werd bij koninklijk besluit een nieuw reglement vastgesteld, waarin het ambt van president werd ingesteld en tevens een dagelijks bestuur (Stb. 1973, 86). Het dagelijks bestuur bestond uit de president, de voorzitters van de beide afdelingen, de algemeen secretaris, en tot 1 april 1995 de algemeen penningmeester. In verschillende periodes was er ook een secretaris buitenland.

De KNAW kent een aantal vaste adviesraden, bestaande uit zowel leden van de Akademie als niet-leden. De raden staan als orgaan van bijstand en advies het bestuur terzijde. Naast de vaste raden kent de KNAW tijdelijke commissies voor specifieke adviesaanvragen.

In de eerste helft van de twintigste eeuw werden de eerste onderzoeksinstituten verbonden aan de KNAW, aanvankelijk op initiatief van de Akademie zelf. Tegen het eind van de jaren tachtig werd, als uitvloeisel van de ‘operatie Para-universitaire Instituten’ van de toenmalige Minister van Onderwijs en Wetenschappen, een aantal interuniversitaire instituten onder het beheer van de Akademie gebracht die tot dan toe onder het beheer van de minister vielen. De KNAW fungeert in 2017 als koepelorganisatie voor vijftien wetenschappelijke instituten op het terrein van de geestes-, sociale en levenswetenschappen.

Het bestuur, de directie en de raden en commissies worden bij de uitvoering van hun taken ondersteund door een stafbureau. Het Bureau van de KNAW werd tot 1960 geleid door een hoofd van administratie die leidinggaf aan een handjevol ambtenaren. In 1960 werd een directeur aangesteld voor de dagelijkse leiding van de gehele organisatie. Sindsdien heeft de KNAW meerdere directiestructuren gekend.

Regeling
Besluit beperkingen openbaarheid KNAW
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-12-2019
BWB-id
BWBR0042850
Versie
2019-12-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl