wetzoeker

7 — Drempeltoets Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Drylands Sahel Program)

Drempeltoets

Voor de drempelcriteria geldt dat een aanvraag aan alle criteria moet voldoen. Indien een aanvraag niet aan alle drempelcriteria voldoet, wordt zij afgewezen en niet verder beoordeeld.

1. De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd zijn gebaseerd op een door de aanvrager dan wel in geval van een alliantie de penvoerder ontwikkelde Theory of Change gericht op de algemene doelstelling van het DSP, namelijk een ecologisch duurzaam landgebruik in akkerbouw en (semi-)nomadische veehouderij resulterend in duurzame productie en verbetering van inkomens van boer(inn)en en veehoud(st)ers, in een samenhangend gebied in de Soedano-Sahel zone van Burkina Faso, Mali en Niger.

2. De aanvrager is een organisatie die in het bezit is van rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht. Voor aanvragen die worden ingediend door een penvoerder namens een alliantie, geldt dat behalve de penvoerder ook alle mede- indieners beschikken over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht.

3. De aanvrager of in geval van een aanvraag namens een alliantie de penvoerder heeft niet eerder een andere aanvraag ingediend voor een subsidie in het kader van het DSP.

4. In het geval van een alliantie omvat de aanvraag een door alle alliantieleden (penvoerder en mede-indiener(s) getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin met het oog op het uitvoeren van het voorstel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in ieder geval afspraken zijn neergelegd over:

• de wijze waarop elk van de alliantieleden bijdraagt aan de werkzaamheden van de alliantie;

• de wijze waarop de besluitvorming in de alliantie plaatsvindt;

• de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de alliantieleden;

• de wijze waarop de alliantieleden naleving door de penvoerder van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister waarborgen, inclusief de zorg voor gezamenlijke geaggregeerde rapportages (inclusief IATI-rapportages);

• de wijze waarop de alliantieleden elkaar informeren, in het bijzonder over hun financiële gezondheid;

• de wijze waarop de samenwerking kan worden aangepast;

• de wijze waarop elk van de alliantieleden betrokken is bij het monitoren en evalueren van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten.

5. De aanvrager of, in geval van een aanvraag namens een alliantie, de alliantie, heeft de beschikking over een kantoor in Burkina Faso, Mali en Niger, al dan niet via een lokaal gevestigd lid van de alliantie.

6. Gedurende de periode 2016-2018 was gemiddeld ten minste 25% van de totale jaarlijkse inkomsten van de aanvrager, afkomstig uit bronnen anders dan directe subsidies en/of bijdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (inclusief ambassades). Indien de aanvrager penvoerder is voor een alliantie geldt dit criterium voor de gehele alliantie. Dat wil zeggen dat indien één van de alliantieleden gemiddeld minder dan 25% van de totale jaarlijkse inkomsten uit andere dan BZ-subsidies of -bijdragen verwerft, dit kan worden gecompenseerd door een ander alliantielid.

7. De aanvrager dan wel in geval van een alliantie de penvoerder toont aan dat hij, en in geval van een alliantie ook zijn mede-indieners, een integriteitsbeleid heeft, dan wel hebben vastgesteld. De aanvrager/penvoerder toont aan dat hij, en in geval van een alliantie ook zijn mede- indieners, procedures heeft, dan wel hebben ingevoerd om aan dat beleid toepassing te kunnen geven. Dit integriteitsbeleid en deze procedures zijn er om ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, daaronder begrepen seksuele misdragingen, jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft door de aanvrager/penvoerder, de mede-indieners en de door hen ingeschakelde partijen, zo veel mogelijk te voorkomen, in voorkomend geval te onderzoeken, met passende maatregelen zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en de gevolgen daarvan te mitigeren. De procedures zijn zodanig ingericht dat een tijdige melding van incidenten aan de minister is gewaarborgd.

8. De aanvrager dan wel in geval van een alliantie de penvoerder en zijn mede-indieners, is, dan wel zijn, in staat tot een adequaat financieel beheer en kan, dan wel kunnen, door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten als die waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten waarborgen.

9.

A. De bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van Nederlandse aanvragers, penvoerders en mede-indieners, zijnde rechtspersonen of instellingen bedoeld in artikel 1.3 van de Wet Normering Topinkomens, voldoet uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd aan de voor hen krachtens die wet geldende maximale bezoldiging.

B. De maximale bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van overige aanvragers, penvoerders en mede-indieners staat met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd in redelijke verhouding tot het niveau van de functie, de geografische ligging en de omvang en complexiteit van de organisatie. Omrekening van de lokale valuta naar de euro geschiedt op grond van de corporate rates (appendix 3 bij deze beleidsregels) die door het Ministerie worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2020.

10. De aanvrager, of in geval van een aanvraag namens een alliantie, de alliantie gezamenlijk, heeft uitgaven die in de boekjaren 2016- 2018 ten minste € 20 miljoen per jaar bedragen.

11. De aanvrager, of in geval van een alliantie de alliantie gezamenlijk, heeft minimaal driejarige ervaring

20 Ten aanzien van het aantonen en beoordelen van de aanwezige ervaring geldt dat de aanvrager of, in geval van een aanvraag namens een alliantie, de penvoerder, dan wel penvoerder en mede-indieners gezamenlijk ook die ervaring mag/mogen opvoeren die door personeel van aanvragers, penvoerder of mede-indieners is opgedaan in dienst van een andere organisatie dan de organisatie waar het betreffende personeelslid op het moment van indienen in dienst is.

met het uitvoeren van ten minste 5 projecten op het gebied van kleinschalige landbouw in semi-aride gebieden in de periode 2013 tot 2019 in Least Developed Countries zoals gedefinieerd op de OESO/DAC landenlijst. Van deze projecten dienen er ten minste 3 de ontwikkeling van (semi)zelfvoorzienende landbouw in de Sahel regio en 3 de ontwikkeling van de (semi)nomadische veehouderij in de Sahel regio te betreffen, eventueel gecombineerd binnen 1 project, waarbij aantoonbaar is samengewerkt met, en binnen de beleidskaders van, de nationale/lokale overheid.

12. De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd worden uitgevoerd in een samenhangend gebied in de Soedano-Sahel zone van Burkina Faso, Mali en Niger. Hierbij geldt dat in die landen per land minimaal 20% van de gevraagde subsidie wordt ingezet en maximaal 10% van de gevraagde subsidie landen-overstijgend wordt ingezet.

13. Voor subsidie komen niet in aanmerking:

• activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks of middellijk een subsidie of bijdrage van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen;

• activiteiten die proselitisme (mede) beogen;

• activiteiten van organisaties die reeds ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een instellingssubsidie ontvangen waarvan de werkingsduur zich uitstrekt tot in het subsidietijdvak van het DSP.

• activiteiten die op winst gericht zijn.

14. De activiteiten starten niet eerder dan na het bekendmaken van de subsidieverleningsbeschikking en niet later dan 1 november 2020, en worden uiterlijk op 31 oktober 2030 afgerond.

15. De aanvrager dan wel in geval van een alliantie de penvoerder vraagt het volledige beschikbare subsidiebedrag van EUR 100 miljoen aan.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Drylands Sahel Program)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-02-2020
BWB-id
BWBR0042796
Versie
2020-02-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl