wetzoeker

2 — Afbakening van het Drylands Sahel Program (deel 1) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Drylands Sahel Program)

Afbakening van het Drylands Sahel Program

Ervaringen met bodemrehabilitatie en -beheer laten zien dat er met agroforestry en bodem- en waterconserveringstechnieken een aanzienlijk regeneratiepotentieel kan worden aangeboord.

9 Zie Reij et al, 2016 en WRI, 2015

Daarmee kan niet alleen degradatie worden tegengegaan, maar kunnen ook productiviteit en inkomens van boeren/boerinnen weer toenemen. Dit is echter niet alleen een kwestie van techniek, belangrijke randvoorwaarden zijn:

• Versterking van land- en waterbeheer instituties die zowel land- en water(gebruiks)rechten als land- en watergebruiksplanning bevorderen.

• Toegang tot markten, via ketenontwikkeling, opslag en verwerking, infrastructuur, co-operatie.

Het overkoepelend doel (impact) dat de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna: de minister) nastreeft met dit subsidie-instrument is een ecologisch duurzaam landgebruik in akkerbouw en (semi-)nomadische veehouderij resulterend in duurzame productie en verbetering van inkomens van boer(inn)en en veehoud(st)ers in een samenhangend gebied in de agro-ecologische Soedano-Sahel zone van Burkina Faso, Mali en Niger.

Kader voor de Theory of Change

10 Een ‘Theory of Change’ (ToC) is een serie bouwstenen die in hun samenhang beschrijven hoe een lange-termijndoel te behalen is. De onderliggende analyse, aannames, voorwaarden, beoogde resultaten – outputs, outcomes en impact – worden hierin op een logische wijze gepresenteerd. De ‘Theory of Change’ dient als basis om per stap interventies te kunnen definiëren. Hierbij wordt ook inzichtelijk gemaakt welke rollen de verschillende stakeholders spelen. De aannames onderbouwen het geschetste veranderproces. De ToC laat zien tot welke outcome de gekozen strategie leidt en hoe deze bijdraagt aan de gestelde doelen.

Om deze impact te realiseren dient een Theory of Change (ToC) te worden ontwikkeld die aangeeft hoe op drie samenhangende niveaus veranderingen worden gerealiseerd: bedrijf (boerengezinnen), keten (boerenorganisaties) en landschap (lokale gemeenschappen en lokale overheden). De weg naar deze veranderingen, en het bereiken van duurzame resultaten, loopt via instituties die blijvend collectieve afspraken, acties en dienstverlening kunnen organiseren: overheid, boerenorganisaties en -associaties, co-operaties, traditionele leiders, e.a.. Dit institutionele landschap is context-specifiek en vereist daarom een expliciete contextanalyse binnen de ToC. Hetzelfde geldt voor gender, ook daar is een context-specifieke analyse binnen de ToC vereist.

In algemene zin kunnen de gewenste veranderingen als volgt worden omschreven:

Bedrijf:

Beoogde verandering: van huidige praktijk (bodemerosie en -uitputting, overbegrazing) naar geïntegreerd bodemvruchtbaarheids- en weidebeheer inclusief bodem- en water conservering (o.a. stenen rijen, bodembedekking, waterharvesting), verhoging organisch stofgehalte (compost), natuurlijk regeneratie (bomen, struiken), gecontroleerde begrazing en houtkap, agroforestry, gewasrotatie, verbeterd zaaigoed en aanvullende bemesting (microdoses).

Aanname: boer(inn)en en veehoud(st)ers passen duurzame prakijken toe wanneer de voordelen in termen van productiviteit, inkomen en (klimaat)weerbaarheid zichtbaar worden gemaakt.

Keten:

Beoogde verandering: van (semi-)zelfvoorzienende productie onder de armoedegrens naar verkoop van surplus op de (lokale, kleinstedelijke) markt, verbeterde toegang tot inputs, hoger inkomen en (potentieel) betere voeding.

Aanname: markten zijn aanwezig, voldoende koopkrachtig en toegankelijk.

Landschap:

Beoogde verandering: van zwakke/onduidelijke/geen afspraken over land- en watergebruik en landschaps- en stroomgebied-beheer naar toepassing van collectief vastgestelde, inclusieve landrechten en duurzaam-land- en watergebruiksplannen, als ook hun implementatie, voor akkerbouw en (semi-) nomadische veehouderij (en, waar relevant, bosproducten en visserij).

Aanname: lokale landgebruikers hebben, en zien, gezamenlijk belang bij verbeterd landschapsbeheer.

Synergie:

Beoogde verandering: synergie-effecten doordat verbeteringen op bedrijven, in de keten en in landschapsbeheer elkaar versterken, resulterend in duurzame(r) voedselsystemen.

Aanname: voldoende impact op alle niveaus (bedrijf, keten, landschap).

Om deze veranderingen te bewerkstelligen, en robuuste resultaten te bereiken, heeft het DSP een looptijd van 10 jaar. De subsidiemiddelen zijn bedoeld om in een eerste fase van 5 jaar de benodigde structuren, capaciteit en vertrouwen te kunnen opbouwen en werkwijzen en strategieën te ontwikkelen, toetsen en verbeteren. Hierbij zal nadrukkelijk dienen te worden voortgebouwd op in de afgelopen decennia opgebouwde kennis en ervaring. In de tweede fase zal het accent meer kunnen liggen op uitbreiden en opschalen van bewezen benaderingen en interventies en op institutionele inbedding met het oog op duurzaamheid (exit-strategie). Nauwe samenwerking met, en binnen de beleidskaders van, de nationale/lokale overheid is cruciaal voor ownership, beklijfbaarheid en met het oog op de overkoepelende doelstelling van de Nederlandse inzet in de Sahel regio: het versterken van het sociaal contract tussen burger en overheid.

Resultaten en indicatoren

Het DSP zal direct en meetbaar bijdragen aan de volgende doelstellingen van het Nederlandse voedselzekerheids-, water-, klimaat-, private sector ontwikkelings- en stabiliteitsbeleid, respectievelijk:

• Kleinschalige voedselproducenten verdubbelen hun productiviteit en inkomen.

• Eetpatronen van begunstigden zijn voldoende en voldoende divers.

• Land(bouwgrond)gebruik is geconverteerd naar duurzame productie.

• Water wordt eerlijk verdeeld en duurzaam gebruikt en voorziet in de behoefte van alle sectoren en van het milieu.

• Water wordt efficiënt gebruikt in de landbouw.

• Mensen en ecosystemen zijn minder kwetsbaar voor de huidige en te verwachten gevolgen van klimaatverandering door verhoogde weerbaarheid en/of verminderde blootstelling.

• Het ondernemingsklimaat is verbeterd.

• De private sector ontwikkelt zich.

• Overheidsbeleid en wet- en regelgeving, en handhaving hiervan, aangaande duurzaam land- en waterbeheer zijn verbeterd.

• Conflicten over landgebruik worden opgelost en nemen af.

Indirect, en slechts bij benadering meetbaar, wordt bijgedragen aan de doelstelling:

• Versterking van het sociaal contract tussen overheid en burger en toename van stabiliteit.

Om die bijdrage inzichtelijk te maken, op output en outcome niveau, kunnen de volgende indicatoren worden gehanteerd:

11 Dit zijn standaardindicatoren uit het BZ resultatenraamwerk op voedselzekerheid, water, klimaat, private sector ontwikkeling en stabiliteit. Subsidieaanvrager kan aangeven op welke van deze standaardindicatoren het voorgestelde programma resultaten zal boeken. Daarnaast kunnen naar eigen inzicht situatie- en context-specifieke indicatoren worden toegevoegd.

Output (jaarlijks bereik):

• Aantal kleinschalige voedselproducenten

12 Met kleinschalige voedselproducenten worden bedoeld huishoudens die (semi-)zelfvoorzienend leven van akkerbouw en/of veehouderij en/of visserij en/of niet-hout bosproducten en/of nomadische veehouderij.

(m/v/j)

13 Gedisaggregeerd naar sekse (man/vrouw) en leeftijd (onder/boven 35 jaar).

direct bereikt

14 Direct bereik betekent dat er sprake is van actieve participatie van individuele begunstigden in programma activiteiten.

met productiviteits- en inkomens verbeterende activiteiten (technologieën/producten/diensten)

• Aantal mensen waarvoor meer en beter voedsel beschikbaar komt

• Aantal hectare land (gedisaggregeerd voor landbouw- en weidegrond) direct bereikt met ecologische duurzaamheid verhogende activiteiten (technologieën/producten/diensten)

• Aantal stroomgebieden/landschappen met beheersplan

• Aantal samen met stakeholders gerealiseerde kleinschalige infrastructurele werken voor land en waterbeheer.

• Aantal mensen (m/v/j) ondersteund bij de ontwikkeling van inkomen genererende activiteiten

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Drylands Sahel Program)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-02-2020
BWB-id
BWBR0042796
Versie
2020-02-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl