wetzoeker

Besluit tijdelijke voorzieningen voor periode dat minister drs. K.H. Ollongren niet haar taken als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Vice-Minister-President kan uitoefenen

Besluit van 1 november 2019 nr.2019002307, houdende enkele tijdelijke voorzieningen voor de periode dat minister drs. K.H. Ollongren niet in staat is haar taken als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Vice-Minister-President uit te oefenen

Soort
KB
Geldend vanaf
11-11-2019
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Algemene Zaken
BWB-id
BWBR0042757
Versie
2019-11-11_0
SHA-256 bron
c6a5af9e8e3726b01f93ee11da4e49f900726e9031ef75a95e32331cf6d5eedc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5

1

Met ingang van de in artikel 2 genoemde datum minister drs. K.H. Ollongren voor de periode dat zij niet in staat is haar taken als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Vice-Minister-President uit te oefenen, te ontheffen van de leiding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de hoedanigheid van Vice-Minister-President.

2

Drs. R.W. Knops met ingang van de datum van zijn beëdiging voor de in artikel 1 genoemde periode te benoemen tot Minister en hem te belasten met de leiding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

3

Met ingang van de in artikel 2 genoemde datum Onze Minister van Defensie, drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten, voor de in artikel 1 genoemde periode tevens te benoemen tot Minister zonder portefeuille en haar in deze hoedanigheid te belasten met de aangelegenheden betreffende de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

4

Drs. S. van Veldhoven-van der Meer met ingang van de datum van haar beëdiging voor de in artikel 1 genoemde periode te benoemen tot Minister zonder portefeuille en haar te belasten met de aangelegenheden betreffende Milieu en Wonen.

5

Met ingang van de in artikel 2 genoemde datum Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. W. Koolmees, voor de in artikel 1 genoemde periode tevens te belasten met de hoedanigheid van Vice-Minister-President.