wetzoeker

Wijzigingswet Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, enz. (normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs)

Wet van 27 september 2019 tot wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0042739
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
c7dc79d629cff740ed145756a6a2e2dc5d52f6ab27400246246c1b352ba52c1e

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI

Artikel I

Wijzigt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Artikel II

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de expertisecentra.

Artikel IV

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel V

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel VI

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel VII

Wijzigt de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

Artikel VIII

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel IX

1 De aktes van aanstelling als bedoeld in artikel 53 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 56 van de Wet op de expertisecentra en 43a van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van deze wet worden van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

2 De aktes van benoeming als bedoeld in artikel 59 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 62 van de Wet op de expertisecentra en 51 van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van deze wet worden van rechtswege aangemerkt als een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Artikel X

De artikelen 33, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, 33, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, 38a, eerste tot en met derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, 4.5, eerste tot en met derde lid, en 9.3, achtste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, zoals die luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en de daarop berustende bepalingen blijven van toepassing tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel XI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.