wetzoeker

11.1 — Resterend vermogen van het Landbouwschap na vereffening in 2017 uitgekeerd Besluit vaststelling rekening en verantwoording van de vereffening van het vermogen van het voormalig Productschap voor Pluimvee en Eieren

Resterend vermogen van het Landbouwschap na vereffening in 2017 uitgekeerd

Bij Koninklijk Besluit van 28 september 2000 is het Landbouwschap opgeheven. De SER werd aangesteld als vereffenaar van het vermogen en PPE aangewezen als een van de vijf ‘Erfschappen’ van het resterend vermogen na vereffening. Dit waren de Productschappen Pluimvee en Eieren (PPE), Vee en Vlees (PVV), Tuinbouw (PT), Zuivel (PZ) en het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA).

Een belangrijk onderdeel van de vereffening was het geschil inzake ‘Aujeszky’ tussen de vereffenaar enerzijds en vijf varkenshouders en de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) anderzijds. De achtergrond van het geschil was dat ter bestrijding van de ziekte van Aujeszky bij varkens, deze bij verordening van het Landbouwschap ingeënt moesten worden. In deze verordening was tevens per inenting de door de varkenshouder te betalen prijs aan veeartsen bepaald. Volgens de vijf varkenshouders en de NVV was deze prijs te hoog. Hierin werden zij in juli 2009 door de rechter in het gelijk gesteld. In het arrest was ook een verklaring voor recht opgenomen ten aanzien van de varkenshouders die destijds lid waren van de NVV. In totaal werd ruim € 16 mln. uitgekeerd.

De SER en de NVV hadden in het verlengde hiervan een geschil over de ingangsdatum voor de te berekenen wettelijke rente, volgens de SER 2003 volgens de NVV 1993. In hoger beroep stelde het gerechtshof in Den Haag in maart 2016 de NVV in het gelijk. Na beraad ging de SER hiertegen niet meer in cassatie en keerde het bedrag aan wettelijke rente uit (€ 11,5 mln.). Het Landbouwschap, en in aansluiting daarop zijn vereffenaar hadden de te betalen bedragen in het kader van ‘Aujeszky’ voorzien. Toen dit geschil was afgehandeld, kon de vereffening van het vermogen van het Landbouwschap worden afgerond.

Het resterend vermogen van het Landbouwschap (€ 6.440.001) moest conform het Koninklijk besluit terugvloeien naar de vermogens van de Erfschappen. Hiervoor was indertijd een verdeelsleutel bepaald. Voor PPE betrof dit 3.3% van het resterend vermogen, te weten € 212.520. Na ontvangst in februari 2017 werd dit via de baten toegevoegd aan de algemene reserve van PPE.

Regeling
Besluit vaststelling rekening en verantwoording van de vereffening van het vermogen van het voormalig Productschap voor Pluimvee en Eieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-10-2019
BWB-id
BWBR0042654
Versie
2019-10-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl