wetzoeker

Bijlage — bij artikel 1 van de Aanwijzing hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg Aanwijzing hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg

bij artikel 1 van de Aanwijzing hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg

In deze bijlage worden de hoofdlijnen van een nieuwe manier van verlenen en verantwoorden geschetst van een beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg als bedoeld in de bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onderdeel B, subonderdeel 2. Daarbij wordt ook beschreven welke zorgaanbieders voor een beschikbaarheidbijdrage in aanmerking kunnen komen. De beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg bedoeld in deze aanwijzing is uitsluitend bestemd voor medisch specialistische zorg.

De in deze bijlage opgenomen hoofdlijnen zijn het resultaat van een proces dat loopt vanaf het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) universitair medische centra (2012)

1 Kamerstukken II 2011/2012, 33 278, nr. 1

via het Bestuurlijk Akkoord Plan van Aanpak ROBIJN

2 Bestuurlijk Akkoord Plan van Aanpak ROBIJN (TK 2016-2017 32 863 nr. 5)

naar het Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022

3 Kamerstukken II 2017/2018, 29 248, nr. 311

en dat op basis van de ervaringen verder zal worden (door)ontwikkeld.

De hoofdlijnen zijn nu verder uitgewerkt. In deze bijlage worden de onderwerpen beschreven waarover verdere besluitvorming heeft plaatsgevonden waardoor de hervorming van de BBAZ ten behoeve van medisch specialistische zorg met ingang van 2020 fasegewijs ingevoerd kan worden. Bij de hervorming wordt voor de universitair medische centra (umc’s) uitgegaan van het niveau van de huidige voor hen beschikbare financiële middelen. De aanwijzing voorziet in de mogelijkheid van een afbouwregeling voor de zorgaanbieders die ten minste drie jaren achtereen een beschikbaarheidbijdrage hebben ontvangen.

Definitie topreferente functie De topreferente functie betreft de behandeling van patiënten die zeer specialistische zorg nodig hebben waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is (‘last resort’). Het gaat om patiënten met een zeldzame aandoening, een complexe aandoening of behandeling, een eenvoudige aandoening die complex wordt door combinaties van (chronische) ziekten of met een uitzonderlijk beloop van een veelvoorkomende aandoening. Deze zorg moet nog ontwikkeld worden, is multidisciplinair, hangt nauw samen met fundamenteel en translationeel wetenschappelijk onderzoek en vereist een bijzondere en complexe infrastructuur. Het is dus meer dan alleen superspecialistische patiëntenzorg. Er is een infrastructuur voor nodig waarin verschillende disciplines op hoog niveau samenwerken. Patiënten die deze zorg krijgen, maken gebruik van het allernieuwste medisch kennen en kunnen. Voor deze patiëntengroepen is geen standaardbehandeling mogelijk. De behandelend artsen moeten op grond van actuele (inter)nationale kennis een optimale aanpak zoeken. Onderdeel van de topreferente functie is dat de zorgaanbieders deze zeer specialistische zorg voor patiënten garanderen. Patiënten hoeven hiervoor niet uit te wijken naar het buitenland. Zij kunnen altijd bij tenminste één zorgaanbieder in Nederland terecht.

De topreferente functie heeft dus de volgende kenmerken: – Kennisinfrastructuur: topreferente zorg vraagt om een multidisciplinaire infrastructuur, waarin fundamenteel, translationeel en toegepast medisch wetenschappelijk onderzoek gecombineerd wordt met specialistische patiëntenzorg. – Vernieuwend: de intensieve samenwerking binnen de topreferente functie zorgt voor zinvolle kruisbestuiving tussen patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek. Zo ontstaat een innovatieve aanpak van aandoeningen waarbij men nu nog met lege handen staat. – Multidisciplinair: binnen de topreferente functie werken vaak meerdere disciplines samen, ook bij de aanpak van complicaties. – Continuïteit: de topreferente functie vereist continuïteit van zorg, ook als een medewerker die in deze functie gespecialiseerd is, de organisatie verlaat.

Regeling
Aanwijzing hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-12-2019
BWB-id
BWBR0042611
Versie
2019-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl