Bijlage II — bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR
bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR
Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR en artikel 3:4 van deze regeling.
1. Instellingen houden rekening met de volgende criteria om te beoordelen of een in artikel 400, lid 2, onderdeel d), van de CRR bedoelde blootstelling voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 3, van de CRR.
a) teneinde te beoordelen of de specifieke aard van de blootstelling, het regionale of centrale orgaan, of de relatie tussen de instelling en het regionale of centrale orgaan het blootstellingsrisico elimineert of reduceert, zoals bedoeld in artikel 400, lid 3, onderdeel a) van de CRR, moeten instellingen nagaan of:
i) er sprake is van enige bestaande of verwachte materiële praktische of juridische belemmering die de tijdige terugbetaling van de blootstelling door de tegenpartij aan de instelling zou belemmeren, afgezien van een herstel- of een afwikkelingssituatie waarin de in Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad
3 Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad.
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1566563803411&uri=CELEX:02014L0059-20190627
bedoelde beperkingen moeten worden toegepast;
ii) de voorgestelde blootstellingen stroken met de normale bedrijfsvoering en het bedrijfsmodel van de instelling of worden gerechtvaardigd door de netwerkfinancieringsstructuur;
iii) het besluitvormingsproces waarmee een blootstelling aan een intragroeptegenpartij wordt goedgekeurd, en het op die blootstellingen toepasselijke monitorings- en herzieningsproces, op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk, vergelijkbaar zijn met de processen die van toepassing zijn op kredietverstrekking aan derden;
iv) de risicobeheerprocedures, het IT-systeem en de interne rapportage van de instelling een doorgaande controle mogelijk maken en verzekeren dat de grote blootstellingen aan haar regionale of centrale orgaan in overeenstemming zijn met haar risicostrategie.
b) teneinde te beoordelen of overblijvende concentratierisico’s kunnen worden aangepakt met andere even doeltreffende middelen zoals de regelingen, processen en mechanismen van artikel 81 van de CRD IV, zoals bepaald in artikel 400, lid 3, onderdeel b) van de CRR, moeten instellingen nagaan of:
i) de instelling robuuste processen, procedures en controles heeft om te verzekeren dat gebruik van de vrijstelling niet zou resulteren in een concentratierisico dat haar risicostrategie te boven gaat;
ii) de instelling formeel met het uit blootstellingen aan haar regionale of centrale orgaan voortvloeiende concentratierisico rekening heeft gehouden als deel van haar globale risicobeoordelingskader;
iii) de instelling een risicobeheersingskader heeft dat de voorgestelde blootstellingen adequaat monitort;
iv) het voorkomende concentratierisico duidelijk is of zal worden geïdentificeerd in het proces voor de beoordeling van de interne kapitaaltoereikendheid (internal capital adequacy assessment process, ICAAP) van de instelling en actief zal worden beheerd. De regelingen, processen en mechanismen voor het concentratierisicobeheer zullen in het toetsings- en evaluatieproces in het kader van toezicht (supervisory review and evaluation process, SREP) worden beoordeeld.
2. In aanvulling op de in punt 1 vervatte voorwaarden, nemen instellingen ten behoeve van de beoordeling of het regionale of centrale orgaan, waarmee de instelling is verbonden in een netwerk, verantwoordelijk is voor de verevening van onderlinge geldposities, zoals bedoeld in artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR, ook in acht of de statuten van het regionale of centrale orgaan die verantwoordelijkheden expliciet stipuleren, waaronder, maar niet beperkt tot de volgende:
a) marktfinanciering voor het hele netwerk;
b) liquiditeitsclearing binnen het netwerk, binnen het bereik van artikel 10 van de CRR;
c) liquiditeitsverstrekking aan aangesloten instellingen;
d) afroming van liquiditeitsoverschot van aangesloten instellingen.
3. Teneinde te verifiëren of aan de in de punten 1 en 2 vastgelegde voorwaarden is voldaan, kan DNB instellingen verzoeken de volgende documentatie te verstrekken:
a) een door de wettelijke vertegenwoordiger van de instelling ondertekende en door het beheersorgaan goedgekeurde brief waarin verklaard wordt dat de instelling voldoet aan alle voorwaarden voor de verlening van een vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 400, lid 2, onderdeel d) en artikel 400, lid 3 van de CRR;
b) een door het beheersorgaan goedgekeurd juridisch advies van hetzij een externe onafhankelijke derde, hetzij een interne juridische afdeling, waarin wordt aangetoond dat niets een tijdige terugbetaling van blootstellingen door een regionaal of centraal orgaan aan de instelling in de weg staat, welke blootstellingen resulteren uit toepasselijke voorschriften, waaronder fiscale voorschriften, of bindende overeenkomsten;
c) een door de wettelijke vertegenwoordiger ondertekende en door het beheersorgaan goedgekeurde verklaring waarin wordt bevestigd dat:
i) er geen praktische belemmeringen zijn voor de tijdige terugbetaling van blootstellingen door een regionaal of centraal orgaan aan de instelling;
ii) de blootstellingen aan het regionale of centrale orgaan worden gerechtvaardigd door de financieringsstructuur van het netwerk;
iii) het besluitvormingsproces voor de goedkeuring van een blootstelling aan een regionaal of centraal orgaan, en het op die blootstellingen toepasselijke monitoring- en herzieningsproces, op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, vergelijkbaar zijn met de processen die van toepassing zijn op kredietverstrekking aan derden;
iv) rekening is gehouden met het uit blootstellingen aan het regionale of centrale orgaan voortvloeiende concentratierisico als onderdeel van het globale risicobeoordelingskader van de instelling.
d) door de wettelijke vertegenwoordiger ondertekende en door het beheersorgaan goedgekeurde documentatie waarin verklaard wordt dat de risico-evaluatieprocedures, de waarderings- en controleprocedures van de instelling dezelfde zijn als die van het regionale of centrale orgaan, en dat de risicobeheerprocedures, het IT-systeem en de interne rapportage van de instelling mogelijk maken dat het beheersorgaan het niveau van de grote blootstelling voortdurend monitort, en dat het beheersorgaan voortdurend kan monitoren of het niveau van de grote blootstelling strookt met de risicostrategie van de instelling op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk, en of het niveau van de grote blootstelling strookt met de beginselen van goed intern liquiditeitsbeheer binnen het netwerk;
e) documentatie die aantoont dat het ICAAP het uit grote blootstellingen aan het regionale of centrale orgaan voortvloeiende concentratierisico duidelijk identificeert en dat dit risico actief wordt beheerd.
f) documentatie die aantoont dat het concentratierisicobeheer strookt met het herstelplan van het netwerk.
- Regeling
- Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 06-03-2026
- BWB-id
- BWBR0042578
- Versie
- 2026-03-06_0