wetzoeker

Regeling specifieke uitkering voor gemeenten Appingedam, Delfzijl, Midden-Groningen en Groningen (versterking gebouwen in batch 1.588)

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 juni 2019, nr. WJZ/19138916, houdende een specifieke uitkering voor de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Midden-Groningen en Groningen in verband met de versterking van de gebouwen in batch 1.588

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-06-2019
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Economische Zaken en Klimaat
BWB-id
BWBR0042306
Versie
2019-06-20_0
SHA-256 bron
94eb19cb6556cad5cb70a6a1ab9f38f42e0eb683d81cd8dc97445b0442d71dc7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

– gemeenten: gemeenten Appingedam, Delfzijl, Midden-Groningen en Groningen;

– batch 1.588: door de Nationaal Coördinator Groningen benoemde batch van 1.588 woningen in de gemeenten waarvoor versterkingsadviezen zijn opgesteld.

Artikel 2

1 De minister verleent een eenmalige specifieke uitkering aan de gemeenten voor de aanloopkosten van de eerste te versterken gebouwen in batch 1.588.

2 De specifieke uitkering bedraagt per gemeente:

a. gemeente Appingedam 44 miljoen;

b. gemeente Delfzijl 28 miljoen;

c. gemeente Midden-Groningen 5 miljoen;

d. gemeente Groningen 7 miljoen.

Artikel 3

1 De gemeenten besteden de specifieke uitkering uitsluitend aan:

a. voorbereidende werkzaamheden voor de versterking van de gebouwen in batch 1.588;

b. het verstrekken van subsidies voor de versterking van de gebouwen in batch 1.588.

2 De gemeenten nemen de artikelen 107 tot en met 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.

Artikel 4

Op 15 juni 2019 wordt aan de gemeenten een voorschot betaald van 100% van de specifieke uitkering.

Artikel 5

De gemeenten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 6

De minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij

a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, of

b. de gemeente niet heeft voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.

Artikel 7

Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voorzover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.