wetzoeker

Artikel 35 Regeling interoperabiliteit en veiligheid spoorwegen

Handhaving

1 Met het toezicht op de naleving van de gedelegeerde handelingen die overeenkomstig artikel 27 van de spoorwegveiligheidsrichtlijn of artikel 50 van de interoperabiliteitsrichtlijn zijn vastgesteld en de uitvoeringshandelingen die overeenkomstig artikel 28, derde lid van de spoorwegveiligheidsrichtlijn of artikel 51 van de interoperabiliteitsrichtlijn zijn vastgesteld, zijn belast de bij besluit van de minister daartoe aangewezen personen.

2 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het eerste lid bedoelde handelingen.

3 Het tweede lid geldt niet ten aanzien van overtreding van de volgende punten van de bijlage van Uitvoeringsverordening 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PbEU 2019, L 139I):

a. 4.2.1.2. en 4.2.3.4.3.;

b. 4.2.1.5.;

c. 4.2.2.1.;

d. 4.2.2.2.2.;

e. 4.2.2.7.2.;

f. 4.2.3.6.1.;

g. aanhangsel B, onderdeel 4.

4 De punten, genoemd in het derde lid, vormen een beboetbaar feit in de zin van artikel 77, eerste lid, van de wet.

Regeling
Regeling interoperabiliteit en veiligheid spoorwegen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0042287
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl