Aanpassingswet Wnra
Wet van 17 april 2019, houdende aanpassing van wetten in verband met de invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (Aanpassingswet Wnra)
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-01-2020
- Rechtsgebied
- Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- BWB-id
- BWBR0042210
- Versie
- 2020-01-01_0
- SHA-256 bron
- 2d9342293b665f795d69b1b4efb5e56666c6e7fc09f34e05acce03c88ec671c8
Inhoud (93)
- Artikel 1.1
- Artikel 2.1
- Artikel 2.2
- Artikel 2.3
- Artikel 2.4
- Artikel 2.5
- Artikel 2.6
- Artikel 2.7
- Artikel 2.8
- Artikel 2.9
- Artikel 2.10
- Artikel 2.11
- Artikel 2.12
- Artikel 2.13
- Artikel 2.14
- Artikel 2.15
- Artikel 2.16
- Artikel 2.17
- Artikel 2.18
- Artikel 2.19
- Artikel 2.20
- Artikel 2.21
- Artikel 2.22
- Artikel 2.23
- Artikel 2.24
- Artikel 2.25
- Artikel 3.1
- Artikel 3.2
- Artikel 3.3
- Artikel 3.4
- Artikel 3.5
- Artikel 4.1
- Artikel 4.2
- Artikel 4.3
- Artikel 5.1
- Artikel 5.2
- Artikel 5.3
- Artikel 5.4
- Artikel 5.5
- Artikel 6.1
- Artikel 6.2
- Artikel 6.2a
- Artikel 6.3
- Artikel 6.4
- Artikel 6.4a
- Artikel 6.5
- Artikel 6.6
- Artikel 6.7
- Artikel 6.8
- Artikel 6.9
- Artikel 6.10
- Artikel 6.11
- Artikel 6.12
- Artikel 6.13
- Artikel 6.14
- Artikel 6.15
- Artikel 6.16
- Artikel 6.17
- Artikel 6.18
- Artikel 6.19
- Artikel 6.20
- Artikel 7.1
- Artikel 7.2
- Artikel 7.3
- Artikel 7.4
- Artikel 8.0
- Artikel 8.1
- Artikel 8.2
- Artikel 9.1
- Artikel 9.2
- Artikel 9.3
- Artikel 9.4
- Artikel 9.5
- Artikel 10.1
- Artikel 10.2
- Artikel 10.3
- Artikel 10.4
- Artikel 10.5
- Artikel 10.6
- Artikel 10.7
- Artikel 10.8
- Artikel 10.9
- Artikel 10.10
- Artikel 10.11
- Artikel 10.12
- Artikel 11.1
- Artikel 11.1a
- Artikel 11.2
- Artikel 11.2a
- Artikel 11.3
- Artikel 11.4
- Artikel 11.5
- Artikel 11.6
Hoofdstuk 1 — Ministerie van Algemene Zaken
Artikel 1.1
Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.1
Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.2
Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.3
Wijzigt de Ambtenarenwet BES.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.4
Wijzigt de Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.5
Wijzigt de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.6
Wijzigt de Kaderwet adviescolleges.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.7
Wijzigt de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.8
Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.9
Wijzigt de Provinciewet.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.10
Wijzigt de Uitvoeringswet EGTS-verordening.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.11
Wijzigt de Verhaalswet ongevallen ambtenaren.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.12
Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.13
Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.14
Wijzigt de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.15
Wijzigt de Wet Huis voor klokkenluiders.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.16
Wijzigt de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.17
Wijzigt de Wet Nationale ombudsman.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.18
Wijzigt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.19
Wijzigt de Wet op de parlementaire enquête 2008.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.20
Wijzigt de Wet op de Raad van State.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.21
Vervallen.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.22
Wijzigt de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.23
Wijzigt de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.24
Wijzigt de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement.
Hoofdstuk 2 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 2.25
Wijzigt de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.
Hoofdstuk 3 — Ministerie van Defensie
Artikel 3.1
Wijzigt de Militaire ambtenarenwet 1931.
Hoofdstuk 3 — Ministerie van Defensie
Artikel 3.2
Wijzigt de Kaderwet Dienstplicht.
Hoofdstuk 3 — Ministerie van Defensie
Artikel 3.3
Wijzigt de Kaderwet militaire pensioenen.
Hoofdstuk 3 — Ministerie van Defensie
Artikel 3.4
Wijzigt de Uitkeringswet gewezen militairen.
Hoofdstuk 3 — Ministerie van Defensie
Artikel 3.5
Wijzigt de Veteranenwet.
Hoofdstuk 4 — Ministerie van Financiën
Artikel 4.1
Wijzigt de Comptabiliteitswet 2016.
Hoofdstuk 4 — Ministerie van Financiën
Artikel 4.2
Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants.
Hoofdstuk 4 — Ministerie van Financiën
Artikel 4.3
Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.
Hoofdstuk 5 — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 5.1
Wijzigt de Waterschapswet.
Hoofdstuk 5 — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 5.2
Wijzigt de Waterwet.
Hoofdstuk 5 — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 5.3
Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 5 — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 5.4
Wijzigt de Wet luchtvaart.
Hoofdstuk 5 — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 5.5
Wijzigt de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.1
Wijzigt de Advocatenwet.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.2
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.2a
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.3
Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderwet.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.4
Wijzigt de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.4a
Wijzigt de Penitentiaire beginselenwet.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.5
Wijzigt de Politiewet 2012.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.6
Wijzigt de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.7
Wijzigt de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.8
Wijzigt de Wet College voor de rechten van de mens.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.9
Wijzigt de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.10
Wijzigt de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.11
Wijzigt de Wet op het notarisambt.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.12
Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.13
Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.14
Wijzigt de Wet politiegegevens.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.15
Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.16
Wijzigt de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.17
Wijzigt de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.18
Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.19
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdstuk 6 — Ministerie van Justitie en Veiligheid
Artikel 6.20
Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.
Hoofdstuk 7 — Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Artikel 7.1
Wijzigt de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer.
Hoofdstuk 7 — Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Artikel 7.2
Wijzigt de Wet dieren.
Hoofdstuk 7 — Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Artikel 7.3
Wijzigt de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Hoofdstuk 7 — Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Artikel 7.4
Wijzigt de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005.
Hoofdstuk 8 — Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Artikel 8.0
Wijzigt de Archiefwet 1995.
Hoofdstuk 8 — Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Artikel 8.1
Wijzigt de Wet College voor toetsen en examens.
Hoofdstuk 8 — Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Artikel 8.2
Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Hoofdstuk 9 — Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Artikel 9.1
Wijzigt de Arbeidstijdenwet.
Hoofdstuk 9 — Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Artikel 9.2
Wijzigt de Wet arbeid en zorg.
Hoofdstuk 9 — Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Artikel 9.3
Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.
Hoofdstuk 9 — Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Artikel 9.4
Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Hoofdstuk 9 — Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Artikel 9.5
Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.1
Wijzigt de Geneesmiddelenwet.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.2
Wijzigt de Gezondheidswet.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.3
Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.4
Wijzigt de Wet langdurige zorg.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.5
Wijzigt de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.6
Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.7
Wijzigt de Wet op de medische keuringen.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.8
Wijzigt de Wet op de organisatie ZorgOnderzoek Nederland.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.9
Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.10
Wijzigt de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.11
Wijzigt de Wijzigingswet Zorgverzekeringswet, enz. (overgang van aantal taken van Zorginstituut Nederland naar CAK).
Hoofdstuk 10 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 10.12
Wijzigt de Zorgverzekeringswet.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.1
1 Titel II van de Ambtenarenwet blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden van zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en leden van adviescolleges als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet adviescolleges, voor zover zij ambtenaar zijn in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet.
2 De titels III en IIIa van de Ambtenarenwet blijven tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de leden van zelfstandige bestuursorganen en adviescolleges op wie op grond van artikel 2 van de Ambtenarenwet die titels op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren niet van toepassing waren.
3 In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 blijven algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het tweede lid bedoelde leden die tot stand zijn gebracht op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, op hen van toepassing.
4 Algemeen verbindende voorschriften die op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot stand zijn gebracht blijven van toepassing voor zover zij op de leden, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.
5 Voor zover de in het derde en vierde lid bedoelde algemeen verbindende voorschriften bedragen bevatten, worden deze bedragen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren telkens aangepast overeenkomstig de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.1a
1 De titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet zijn tot het tijdstip, bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, van toepassing op de leden van zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de leden van adviescolleges als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet adviescolleges, die worden ingesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren maar voor het tijdstip, bedoeld in artikel 11.1, eerste lid.
2 In afwijking van het eerste lid zijn de titels III en IIIa niet van toepassing op:
a. de leden van zelfstandige bestuursorganen aan wie een schadeloosstelling als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is toegekend, en;
b. de leden van adviescolleges, niet zijnde een adviescollege als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet adviescolleges.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.2
1 Op ambtenaren die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in dienst zijn van een veiligheidsregio als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s is artikel 14, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2 Op de veiligheidsregio’s blijft artikel 33b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, van toepassing tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.
3 Op ambtenaren in dienst van veiligheidsregio’s blijven de titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.
4 Op algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het eerste bedoelde ambtenaren, alsmede ambtenaren die met toepassing van het tweede lid zijn aangesteld, is artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 op het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.
5 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op ambtenaren ten aanzien van wie, op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn of zouden zijn die uitsluitend gelden doordat die ambtenaren zijn of worden belast met werkzaamheden ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg. Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover de daar bedoelde algemeen verbindende voorschriften de rechtpositie van de in de eerste zin bedoelde ambtenaren betreffen.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.2a
1 Op ambtenaren die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in dienst zijn van een ander openbaar lichaam dan een veiligheidsregio als bedoeld in artikel 11.2, eerste lid, dat uitvoering geeft aan taken met betrekking tot de brandweerzorg, bedoeld in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s, is artikel 14, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2 Op de andere openbare lichamen, bedoeld in het eerste lid, blijft artikel 33b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, van toepassing tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.
3 Op ambtenaren in dienst van de andere openbare lichamen, bedoeld in het eerste lid, blijven de titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.
4 Op algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, alsmede ambtenaren die met toepassing van het tweede lid zijn aangesteld, is artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 op het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.
5 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op ambtenaren ten aanzien van wie, op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn of zouden zijn die uitsluitend gelden doordat die ambtenaren zijn of worden belast met werkzaamheden ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg. Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover de daar bedoelde algemeen verbindende voorschriften de rechtpositie van de in de eerste zin bedoelde ambtenaren betreffen.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.3
1 Indien een rechtspersoon als bedoeld in artikel 615 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, na dat tijdstip aan een commissie als bedoeld in artikel 671a, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, verzoekt om toestemming voor opzegging op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van dat boek van de arbeidsovereenkomst van een werknemer, ten aanzien van wie door een bestuursorgaan binnen die rechtspersoon voor dat tijdstip een besluit is genomen waarin die werknemer boventallig is verklaard, blijven daarop de materiële voorschriften van toepassing die ten tijde van dat besluit voor dat bestuursorgaan golden.
2 Ten aanzien van een verzoek van de werkgever als bedoeld in artikel 671b, eerste lid, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een verzoek van de werknemer als bedoeld in artikel 681 of artikel 682 van dat boek, dat betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst waarvoor met toepassing van het eerste lid is verzocht om toestemming voor opzegging, dan wel de tegen een beschikking op voornoemde verzoeken ingestelde rechtsmiddelen, blijven de in het eerste lid bedoelde materiële voorschriften van toepassing.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.4
Wijzigt deze wet.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.5
1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2 Artikel 6.18, onderdelen A en B, treden in werking op het op grond van artikel 11.2, eerste lid, bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.
Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen
Artikel 11.6
Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet Wnra.