B — Personen en maatstaven (deel 1) Besluit bekostiging financieel toezicht 2019
Personen en maatstaven
Personen | Maatstaven
1. Aanbieders van krediet en kredietservicers
a. Aanbieders van krediet waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:60 Wft. b. Kredietservicers waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:64a Wft. | Aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet
2. Accountantsorganisaties
a. Accountantsorganisatie waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5 Wta; b. Auditorganisatie van een derde land die op grond van artikel 12c of auditkantoor dat op grond van artikel 12e Wta is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 11 Wta | Omzet uit wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang en bij controlecliënten die geen organisaties van openbaar belang zijn
3. Adviseurs, bemiddelaars en crowdfundingdienstverleners
a. Adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:75, 2:80, 2:86 en 2:92 Wft. b. Beleggingsondernemingen die vallen onder de Vrijstellingsregeling Wft c. Crowdfundingdienstverleners als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PbEU 2020, L 347) (crowdfundingdienstverleners voor bedrijven) waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van die verordening. | Omzet gerelateerd aan de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend.
4. Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen
a. Afwikkelondernemingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in de artikelen 2:3.0b, 2:3.0g en 2:3.0l Wft. b. Betaaldienstverleners waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, Wft. c. Elektronischgeldinstelling waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:10a Wft. | Provisie-inkomsten
5. Banken en clearinginstellingen
a. Clearinginstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:4 Wft. b. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:11 Wft. c. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:16 Wft. d. Banken waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:20 Wft. e. Financiële instellingen waaraan een verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 2:97, eerste lid, onderdeel a, Wft. | Minimum omvang toetsingsvermogen berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 Wft worden bepaald
6. Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s, bewaarders, aanbieders van beleggingsobjecten en beleggingsondernemingen die beleggingsdiensten verlenen
a. Bewaarders waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:3g Wft. b. Aanbieders van beleggingsobjecten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:55 Wft. c. Beheerders van beleggingsinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:65 Wft. d. Beheerders van icbe’s waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:69b Wft. e. Beleggingsondernemingen die in de uitoefening van beroep of bedrijf niet of niet uitsluitend voor eigen rekening in Nederland beleggingsdiensten verlenen, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft, uitgezonderd exploitanten van een MTF en exploitanten van een georganiseerde handelsfaciliteit. f. Personen aan wie een vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten). | Vergunning en type beleggingsdienst of -activiteit in combinatie met vermogen: a. – het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:3g Wft uitoefenen van het bedrijf van bewaarder; – het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:55 Wft aanbieden van beleggingsobjecten; – het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 Wft beheren van een beleggingsinstelling in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst of activiteit als genoemd in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a,b of d, Wft of artikel 2:97, vierde lid, Wft; – het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b Wft beheren van een icbe, in een voorkomend geval verhoogd met een bedrag per type dienst genoemd in artikel 2:97, derde lid, Wft; – het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verlenen van een van de beleggingsdiensten genoemd in de onderdelen a tot en met f van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip het verlenen van een beleggingsdienst». – het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft verrichten van een van de beleggingsactiviteiten genoemd in onderdeel a, b of c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «verrichten van een beleggingsactiviteit» of een combinatie daarvan; – het op grond van een vergunning overeenkomstig artikel 18, tweede lid, verordening (EU) nr. 1031/2010 aanbieden van broeikasgasemissierechten.
b. de omvang van het totaal van: – het balanstotaal van de beheerde beleggingsinstelling(en); – het balanstotaal van de beheerde icbe (»s); – het beheerd individueel vermogen zoals omschreven in het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het beheren van individueel vermogen», welk begrip wordt gebruikt in onderdeel c van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel a, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft; – het vermogen waarover wordt geadviseerd bij het «adviseren over financiële instrumenten» zoals genoemd in onderdeel d van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verlenen van een beleggingsdienst», in artikel 2:67a, tweede lid, onderdeel b, Wft en in artikel 2:97, derde of vierde lid, Wft; – honderd maal het minimum aan te houden toetsingsvermogen dat door DNB is vastgesteld van degene die handelt voor eigen rekening zoals genoemd in onderdeel a van het in artikel 1:1 Wft gedefinieerde begrip «het verrichten van een beleggingsactiviteit».
7. Beleggingsondernemingen uitsluitend voor eigen rekening
Beleggingsondernemingen die uitsluitend in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening in Nederland beleggingsactiviteiten verrichten, waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:96 Wft
a. Minimum omvang toetsingsvermogen.
b. Aantal transacties.
8. Cryptoactivadienstverleners
a. Aanbieders van cryptoactivadiensten waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 59, eerste lid, onder a, van Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR). b. Aanbieders van cryptoactivadiensten die een kennisgeving hebben gedaan als bedoeld in artikel 60, eerste tot en met zesde lid, van Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR). | a. Aangeboden cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel 16, van Verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR). b. Omzet gerelateerd aan de aangeboden cryptoactivadiensten. c. Bruto provisie-inkomsten gerelateerd aan de aangeboden cryptoactivadiensten. d. Aantal transacties.
9. Effectenuitgevende instellingen: markt
- Regeling
- Besluit bekostiging financieel toezicht 2019
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0042148
- Versie
- 2026-01-01_0