wetzoeker

B.2.4 — Indexatie Vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, waarderingsaspecten van pensioenen en lijfrenten

Indexatie

Zoals hierboven aangegeven, moet een pensioenlichaam bij de waardering van pensioenverplichtingen aansluiten bij de grondslagen waarop de ontvangen premies of koopsommen zijn gebaseerd. Als een pensioenlichaam premies of koopsommen heeft ontvangen, waarin een vergoeding zat voor toekomstige inflatie, mag de indexatieverplichting in zoverre worden gepassiveerd.

Indien bij het pensioenlichaam open geïndexeerde pensioenen zijn ondergebracht en de premies of de koopsom tegen een netto rekenrente van 4% zijn berekend, zal de verplichting ook met inachtneming van die netto rekenrente moeten worden bepaald, zonder dat verder met toekomstige inflatie rekening wordt gehouden. Is sprake van vast geïndexeerde pensioenen, voor welke indexatie in het verleden zakelijke premies of koopsommen zijn ontvangen, dan mag bij de waardering van de pensioenverplichting rekening worden gehouden met die vaste indexatie. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin bij het pensioenlichaam een open geïndexeerd pensioen is verzekerd en waarbij voor de premie- of koopsomberekening is uitgegaan van een fictieve vaste indexatie (vgl. HR 14 april 2006, nr. 41.569, ECLI:NL:HR:2006:AW1747). Voor zover voor die fictieve vaste indexaties premies of koopsommen zijn ontvangen, komen de kosten niet ten laste van het pensioenlichaam. De actuariële oprenting van de (fictief) vast geïndexeerde verplichting wordt door mij niet aangemerkt als kosten en lasten als bedoeld in artikel 3.26 Wet IB 2001.

Wanneer bij de vaststelling van premies of koopsommen van jaar tot jaar een verschillend percentage is gehanteerd voor de fictieve vaste indexatie van een open geïndexeerd pensioen, moet het pensioenlichaam met deze verschillen rekening houden. De overgenomen verplichting kan dan niet met dezelfde berekeningsgrondslagen worden gewaardeerd. Ik verwijs in dit kader naar de jaarlagenproblematiek van onderdeel B.1.4. van dit besluit. Deze complicatie kan worden voorkomen door bij de vaststelling van de fictieve vaste indexatie, bestendig gebruik te maken van de goedkeuring uit onderdeel A.2.3. van dit besluit. In dat geval kan bij het bepalen van de balanswaarde rekening worden gehouden met 2% na-indexatie.

Regeling
Vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, waarderingsaspecten van pensioenen en lijfrenten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-04-2019
BWB-id
BWBR0042088
Versie
2019-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl