wetzoeker

B.2.3 — Sterftegrondslagen Vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, waarderingsaspecten van pensioenen en lijfrenten

Sterftegrondslagen

Voor het pensioenlichaam geldt bij de waardering van de pensioenverplichtingen hetgeen is geregeld in artikel 8, zesde lid, Wet Vpb 1969 (tekst 2016). Daarin is bepaald dat geen overlevingstafel kan worden gehanteerd, waarin rekening is gehouden met verwachtingen omtrent toekomstige levensverwachtingen. Ook is daarbij aangegeven dat een leeftijdsterugstelling alleen kan worden toegepast ter correctie van het verschil tussen de gehanteerde overlevingstafel en een overlevingstafel van recentere datum.

Het hiervoor in B.2.2. genoemde arrest ECLI:NL:HR:2015:3082 is ook hier van belang. Als bij de tariefstelling is uitgegaan van een hogere toekomstige levensverwachting moet hier voor de fiscale balanswaardering van worden afgeweken krachtens voornoemd artikel 8, zesde lid, en leidt het aangaan van de verplichting fiscaal direct tot winst.

Regeling
Vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, waarderingsaspecten van pensioenen en lijfrenten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-04-2019
BWB-id
BWBR0042088
Versie
2019-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl