wetzoeker

Regeling toezicht uitvoeringsverordening nieuwe personenvervoerdiensten per trein zonder concessie

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 19 februari 2019, nr. IENW/BSK-, houdende regels inzake het toezicht op Europese uitvoeringsverordeningen inzake de beoordeling van nieuwe spoorvervoerdiensten voor passagiers (Regeling toezicht uitvoeringsverordening nieuwe personenvervoerdiensten per trein zonder concessie)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-12-2020
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0041974
Versie
2020-12-12_0
SHA-256 bron
2c57114b5216b5e2ea643dfeb76ef23d03fc62d14c84bb01697b2dcc490d741d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Europese Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2018, L 294).

Artikel 2

Met ingang van 12 december 2020 en onder toepassing van artikel 15, tweede volzin, van uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Europese Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2018, L 294) vervalt in artikel 1 ‘uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014 van de Europese Commissie van 11 augustus 2014 inzake nieuwe spoorvervoersdiensten voor passagiers (PbEU 2014, L 239) en’.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezicht uitvoeringsverordening nieuwe personenvervoerdiensten per trein zonder concessie.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en is wat betreft artikel 1 voor het eerst van toepassing op de dienstregeling die met ingang van 12 december 2020 ingaat.