wetzoeker

Artikel 4.2.6 — Ambtskosten Circulaire Introductie bij waterschappen van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Ambtskosten

Dit artikel regelt de vaste vergoedingen voor ambtskosten voor de voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur.

Ambtskosten zijn kosten voor voorzieningen die die niet zuiver functioneel zijn, noch zuiver privé. De ambtsdrager kan deze kosten betalen uit de vergoeding op grond van artikel 4.2.6. Net als de onkostenvergoeding voor volksvertegenwoordigers (artikel 4.1.6) betreft de vergoeding een vast bedrag per maand. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de vaste vergoeding kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd. De vaste vergoeding is bedoeld voor in ieder geval de volgende kosten:

• representatie;

• vakliteratuur;

• excursies;

• bureaukosten;

• contributies voor lidmaatschappen van bijvoorbeeld regionale beroepsverbanden (anders dan beroepsverenigingen voor het ambt; daarvoor geldt in artikel 4.3.4 een specifieke vergoeding);

• ontvangsten thuis;

• zakelijke giften.

De ambtsdrager die de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de vergoeding naar rato van de tijdsbestedingsnorm.

De ambtsvergoedingen zijn in artikel 4.3.8 als eindheffingsbestanddeel aangewezen, zodat zij netto moeten worden uitbetaald.

De bedragen van de vaste vergoedingen worden herzien aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI). Voor een toelichting op de CPI wordt verwezen naar de toelichting op artikel 4.1.6. Voor de indexering wordt uitgegaan van de CPI die geldt voor de maand september van het tweede voorgaande kalenderjaar. Dit is reeds toegelicht in §4, onder “Indexcijfers”.

Regeling
Circulaire Introductie bij waterschappen van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
28-03-2019
BWB-id
BWBR0041882
Versie
2019-03-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl