wetzoeker

Artikel 4.1.12 — Waarneming door lid van het algemeen bestuur Circulaire Introductie bij waterschappen van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Waarneming door lid van het algemeen bestuur

Ingevolge artikel 51a, tweede lid, van de Waterschapswet wordt bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter het ambt van voorzitter waargenomen door een lid van het algemeen bestuur.

In de situatie dat deze waarneming meer dan dertig dagen duurt, wordt de vergoeding voor de werkzaamheden van dat lid van het algemeen bestuur aangevuld tot het bedrag van de bezoldiging van de voorzitter en ontvangt hij een vakantie- en een eindejaarsuitkering, alsmede (in plaats van de onkostenvergoeding als lid van het algemeen bestuur) de vaste ambtskostenvergoeding. Een en ander uiteraard met ingang van de eerste dag van vervanging en naar rato van de duur van de waarneming.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat artikel 4.2.2 van toepassing is, ingeval het ambt van voorzitter niet door een lid van het algemeen bestuur, maar door een lid van het dagelijks bestuur wordt waargenomen (artikel 51a, eerste lid, van de Waterschapswet). In artikel 4.2.14 is de rechtspositie geregeld van degene die de voorzitter waarneemt op grond van artikel 51a, derde lid, van de Waterschapswet, in de situatie dat het zittende algemene bestuur is afgetreden.

Regeling
Circulaire Introductie bij waterschappen van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
28-03-2019
BWB-id
BWBR0041882
Versie
2019-03-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl