wetzoeker

§ 5 — Toets inkomen Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019

Toets inkomen

• Voorwaarde voor het aanspraak kunnen maken op bijzondere onderstand is dat de alleenstaande of het gezin geen inkomen kan verwerven om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. Van een dergelijk inkomen is sprake zo lang het inkomen lager is dan 120% het wettelijk minimumloon (WML). Bij een inkomen op of boven het WML-niveau is recht op bijzondere onderstand uitgesloten.

• Voorts is van belang in hoeverre de alleenstaande of het gezin in staat is om een inkomen te verwerven waarmee in de betreffende kosten kan worden voorzien. Als de alleenstaande of het gezin zich onvoldoende inspant of heeft ingespannen om een toereikend inkomen te verwerven dan bestaat geen recht op bijzondere onderstand. Ook niet als het feitelijk inkomen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt onder WML-niveau ligt.

• De hoogte van het inkomen wordt als regel beoordeeld over de maand voorafgaand aan de aanvraag. Wanneer bij de aanvraag duidelijk is dat binnenkort een aanmerkelijke wijziging in het beschikbare inkomen is te verwachten, kan de Minister daarmee rekening houden. In geval van een incidenteel hoger inkomen in de recente toetsperiode, wordt daar op grond van artikel 13 in elk geval rekening mee gehouden door het gemiddelde inkomen over een periode van drie maanden in aanmerking te nemen.

• Indien de aanvrager deel uitmaakt van een meerpersoonshuishouden en de kosten niet persoonsgebonden van aard zijn (omdat de voorziening het huishouden als geheel ten goede komt), dan wordt het inkomen van de andere onderdelen van het meerpersoonshuishouden mede betrokken bij de beoordeling. Indien twee personen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en tussen hen bloedverwantschap bestaat tot en met de tweede graad, kan de Minister echter bepalen dat gelet op alle omstandigheden geen sprake is van een gezamenlijke huishouding. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als vrijwilligheid geen rol speelt, bijvoorbeeld als een (AOV-gerechtigde) broer vanwege een ziekte langdurig een (AOV-gerechtigde) zus verzorgt. Dan kan bij de beoordeling van de aanvraag alleen het inkomen van de aanvrager in aanmerking worden genomen.

Regeling
Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019
Soort
beleidsregel-BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0041881
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl