wetzoeker

2.5 — Uitgebreid kader Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland

Uitgebreid kader

Beoogde leerresultaten

Standaard 1: De beoogde leerresultaten passen bij het niveau en de oriëntatie van de opleiding en zijn afgestemd op de verwachtingen van het beroepenveld, het vakgebied en op internationale eisen.

De beoogde leerresultaten beschrijven aantoonbaar het niveau (associate degree, bachelor of master) zoals gedefinieerd in het Nederlands kwalificatieraamwerk en de oriëntatie (hbo of wo) van de opleiding. Ze sluiten bovendien aan bij de actuele eisen die vanuit het regionale, het nationale en het internationale perspectief door het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. Voor zover van toepassing zijn de beoogde leerresultaten tevens in overeenstemming met relevante wet- en regelgeving. De uitgangspunten voor de inrichting van de opleiding passen bij de onderwijsvisie en het profiel van de instelling. De beoogde leerresultaten worden periodiek geëvalueerd.

Programma; oriëntatie

Standaard 2: Het programma maakt het mogelijk om passende (professionele of academische) onderzoeks- en beroepsvaardigheden te realiseren.

Het programma sluit aan bij de actuele (internationale) ontwikkelingen, eisen en verwachtingen in het beroepenveld en in het vakgebied. Academische vaardigheden en/of onderzoeks- en/of beroepsgerichte competenties krijgen invulling op een wijze die past bij de oriëntatie en het niveau van de opleiding.

Programma; inhoud

Standaard 3: De inhoud van het programma biedt studenten de mogelijkheid om de beoogde leerresultaten te bereiken.

De leerresultaten zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma.

Programma; leeromgeving

Standaard 4: De vormgeving van het programma zet aan tot studeren en biedt studenten de mogelijkheid om de beoogde leerresultaten te bereiken.

De vormgeving van het programma draagt bij aan de realisatie van de beoogde leerresultaten. De onderwijsleeromgeving bevordert dat studenten een actieve rol nemen in de vormgeving van het eigen leerproces (student-centred). De inrichting van de leeromgeving past bij de onderwijsvisie van de instelling.

Instroom

Standaard 5: Het programma sluit aan bij de kwalificaties van de instromende studenten.

De gehanteerde toelatingseisen zijn realistisch met het oog op de beoogde leerresultaten.

Personeel

Standaard 6: Het docententeam is gekwalificeerd voor de inhoudelijke en onderwijskundige realisatie van het programma en de omvang ervan is toereikend.

De docenten zijn zowel inhoudelijk als didactisch voldoende deskundig om de opleiding te verzorgen. Het personeelsbeleid draagt daar aan bij. Er is voldoende personeel beschikbaar om de opleiding te verzorgen en de studenten te begeleiden.

Voorzieningen

Standaard 7: De huisvesting en de materiële voorzieningen zijn toereikend voor de realisatie van het programma.

De huisvesting van de opleiding en de voorzieningen passen bij de beoogde leerresultaten en de onderwijsleeromgeving.

Begeleiding

Standaard 8: De studiebegeleiding en de informatievoorziening aan studenten bevorderen de studievoortgang en sluiten aan bij de behoefte van studenten.

Studenten ontvangen een passende begeleiding (ook in het geval van een functiebeperking). De informatievoorziening van de opleiding is adequaat.

Kwaliteitszorg

Standaard 9: De opleiding kent een expliciete en breed gedragen kwaliteitszorg, bevordert de kwaliteitscultuur en is gericht op ontwikkeling.

De opleiding organiseert effectieve periodieke feedback die de realisatie van de beoogde leerresultaten ondersteunt. Bij bestaande opleidingen vinden geëigende verbeteringen plaats naar aanleiding van de uitkomsten van de vorige beoordeling. Hierbij worden passende evaluatie- en meetactiviteiten ingezet. De uitkomsten van deze evaluatie vormen aantoonbaar de basis voor ontwikkeling en verbetering. De opleiding legt intern verantwoording af over de bijdrage van de opleiding aan het realiseren van de strategische doelen van de instelling. Kwaliteitszorg verzekert realisatie van de beoogde leerresultaten. Bij de interne kwaliteitszorg zijn de opleidings- en examencommissies, medewerkers, studenten, alumni en het afnemende beroepenveld van de opleiding actief betrokken. De ontwerpprocessen en de erkenning en borging van de kwaliteit van de opleiding zijn in overeenstemming met de ESG. De opleiding publiceert accurate, betrouwbare en voor de doelgroepen goed toegankelijke informatie over de kwaliteit van de opleiding.

Toetsing

Standaard 10: De opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing.

De beoordeling is valide, betrouwbaar en voldoende onafhankelijk. De kwaliteit van de tentaminering en examinering wordt voldoende gewaarborgd en voldoet aan de wettelijke deugdelijkheidsvereisten. De examencommissie oefent haar wettelijke bevoegdheid uit. De toetsen ondersteunen het eigen leerproces van de student.

Gerealiseerde leerresultaten

Standaard 11: De opleiding toont aan dat de beoogde leerresultaten worden gerealiseerd.

(Bij de toets nieuwe opleiding wordt deze standaard alleen beoordeeld wanneer onderwijs wordt verzorgd en de realisatie van de leerresultaten door afstudeerders kan worden vastgesteld, zie: Uitzondering planbeoordeling bij toets nieuwe opleiding. In alle andere gevallen wordt de beoordeling uitgesteld tot drie jaar na de start van de opleiding, zie: TNO uitgebreide beoordeling gerealiseerde leerresultaten na drie jaar).

Het realiseren van de beoogde leerresultaten blijkt uit de uitkomsten van toetsen, de eindwerken en de wijze waarop afgestudeerden in de praktijk of in een vervolgopleiding functioneren.

De opleiding beschrijft hoe zij de realisatie van het niveau toetst. Dat kan aan de hand van diverse producten of proeven die hier worden samengenomen onder het begrip ‘eindwerk’. Een niet limitatieve opsomming van eindwerken is: de eindscriptie, een portfolio, een beroepsproduct, een (reeks van) tentamen(s), een artikel of een artistieke prestatie of een combinatie hiervan.

Het panel beoordeelt ten minste 15 eindwerken van de opleiding. Selectie vindt plaats, op basis van een lijst met studentnummers met daarbij de informatie die nodig is om een adequate selectie te maken. De selectie kent een redelijke verdeling over voldoende, goede en zeer goede eindwerken. Tevens zijn varianten, locaties, specialisaties, afstudeertrajecten en programma’s, zodanig in de selectie vertegenwoordigd dat mogelijke kwaliteitsverschillen daartussen kunnen worden vastgesteld. Hierdoor kan het nodig zijn het aantal eindwerken dat wordt beoordeeld op te hogen. De opleiding stelt het panel in de gelegenheid om zich voorafgaand

3 In bijzondere gevallen kan het panel de eindwerken ook tijdens het locatiebezoek bestuderen (bijvoorbeeld in het geval van de uitvoerende kunsten).

aan het locatiebezoek een oordeel te vormen over deze eindwerken en de beoordeling daarvan door de opleiding. Tijdens het locatiebezoek wordt gesproken met beoordelaars/examinatoren van de opleiding om een goed inzicht te krijgen in de wijze waarop de beoordeling tot stand is gekomen en de realisatie van het niveau wordt bewaakt.

Regeling
Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
20-12-2016
BWB-id
BWBR0041863
Versie
2016-12-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl