1.1 — Inleiding Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland
Inleiding
De instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) is een periodieke, externe en onafhankelijke beoordeling van de interne kwaliteitszorg van een instelling. Interne kwaliteitszorg omvat zowel de kwaliteitscultuur als het interne systeem van kwaliteitszorg van een instelling. Bij deze toets wordt vastgesteld dat het interne kwaliteitszorgsysteem in samenhang met de kwaliteitscultuur verzekert dat de eigen visie op goed onderwijs wordt gerealiseerd.
Een kwaliteitszorgsysteem bestaat uit eenvoudige, eenduidige en controleerbare doelstellingen, procedures voor de borging van de kwaliteit, verankering van de Plan Do Check Act (PDCA) cyclus in de organisatie, ‘hard controls’, periodieke evaluaties en systematische opvolging van verbeteringen. Kwaliteitscultuur verwijst naar een duidelijke en doorleefde visie, een gezamenlijke gerichtheid op verbeteringen, leiderschap, aanspreekbaarheid en ‘soft controls’, samenwerken en zelfsturing, (academische) professionaliteit, studentbetrokkenheid en een externe oriëntatie. Beide dimensies van sturen op en streven naar goede kwaliteit van het onderwijs worden in de instellingstoets kwaliteitszorg betrokken. De instelling toont de effectiviteit van de eigen synergie tussen beide dimensies aan en heeft dus ruimte om daartussen een eigen balans te kiezen. Het woord “kwaliteitszorg” verwijst in dit kader dan ook nadrukkelijk naar beide dimensies: het systeem van kwaliteitszorg en de kwaliteitscultuur.
De centrale vraag is: verzekert de kwaliteitszorg de realisatie van de visie op goed onderwijs en werkt de instelling duurzaam aan ontwikkeling en verbetering?
Deze centrale vraag wordt beantwoord aan de hand van vier samenhangende vragen die het uitgangspunt vormen voor de instellingstoets kwaliteitszorg:
1. is er voldoende draagvlak voor de visie en het beleid van de instelling ten aanzien van de kwaliteit van haar onderwijs in de brede zin en vindt hierover voldoende externe en interne afstemming plaats?
2. hoe realiseert de instelling deze visie op kwaliteit?
3. hoe monitort de instelling dat zij de visie op kwaliteit realiseert?
4. hoe werkt de instelling aan verbetering?
Bovengenoemde vragen zijn in het kader vertaald naar vier standaarden:
1. visie en beleid
2. uitvoering
3. evaluatie en monitoring
4. ontwikkelingsgerichtheid
De vier standaarden vormen een ‘reflectieve cyclus’ aan de hand waarvan de instelling aantoont dat in al haar geledingen een sterke ontwikkelingsgerichte kwaliteitscultuur bestaat en resultaten van beleid worden opgevolgd. De kwaliteitscultuur wordt ondersteund door een efficiënt systeem van interne kwaliteitszorg, waardoor de kwaliteit van het onderwijs duurzaam wordt geborgd.
Met de instellingstoets kwaliteitszorg legt de instelling rekenschap af aan de samenleving over de degelijkheid van haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs en laat ze zien duurzame kwaliteitsontwikkeling te hebben verzekerd.
De WHW vraagt aandacht voor voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid bevorderen voor studenten met een functiebeperking.
Uitgangspunt voor de ITK vormt de duidelijke, gedeelde en doorleefde visie van de instelling op goed onderwijs. De visie wordt niet inhoudelijk beoordeeld tijdens de ITK. De instelling is autonoom en ontwikkelt een eigen visie op goed onderwijs die goed moet zijn afgestemd op verwachtingen en eisen van het werkveld, de vakgenoten, studenten en de samenleving. De instelling en haar docenten en studenten dragen en ontwikkelen die visie vanuit een externe gerichtheid en in samenspraak met het maatschappelijk veld.
Het open karakter van het kader onderstreept autonomie van de instelling en de eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit. Het open karakter draagt bij aan het eigenaarschap van docenten en studenten. Aan de hand van de open standaarden reflecteert het panel in de gesprekken op de eigen visie op goed onderwijs, de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven en de evaluatie en resultaten. Door gebruik van open standaarden bestaat eveneens ruimte voor variatie in de uitvoering en de inrichting van het onderwijsbeleid, eventueel ook tussen de verschillende onderdelen van de instelling.
Bij een aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van het besluit instellingstoets kwaliteitszorg wordt duurzame en systematische verankering van de interne kwaliteitszorg in de achterliggende jaren in de beoordeling betrokken.
Een extern panel van onafhankelijke deskundigen voert de instellingstoets uit (peer review). De NVAO benoemt de leden van het panel. Het panel beoordeelt of de instelling beschikt over passende kwaliteitszorg om de kwaliteit van de opleidingen te borgen en een kwaliteitscultuur die bevordert dat alle betrokkenen streven naar (verdere) kwaliteitsontwikkeling.
- Regeling
- Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 20-12-2016
- BWB-id
- BWBR0041863
- Versie
- 2016-12-20_0