wetzoeker

Artikel 2.1.12 Waarneming door statenlid Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Op grond van artikel 75, eerste lid, van de Provinciewet wordt bij verhindering of ontstentenis van de commissaris het voorzitterschap van provinciale staten waargenomen door een statenlid. In artikel 2.1.12, eerste lid, is voor deze waarneming een toeslag geregeld van 8% op de vergoeding voor de werkzaamheden en op de vaste onkostenvergoeding als deze waarneming meer dan dertig dagen duurt.

Op grond van artikel 75, tweede lid, van de Provinciewet kan in sommige gevallen ook het ambt van commissaris als zodanig door een statenlid worden waargenomen.

In die situatie zijn ook andere bepalingen die gelden voor de commissaris van overeenkomstige toepassing op het desbetreffende statenlid (met name de bepalingen inzake de reis- en verblijfkosten, een ter beschikking gestelde auto en terugroeping uit het buitenland). Ook wordt de vergoeding voor de werkzaamheden van het desbetreffende statenlid dan aangevuld tot het bedrag van de bezoldiging van de commissaris en ontvangt hij een vakantie- en een eindejaarsuitkering, alsmede (in plaats van de onkostenvergoeding als statenlid) de vaste ambtskostenvergoeding. Een en ander uiteraard naar rato van de duur van de waarneming.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat artikel 2.2.2 van toepassing is, indien het ambt van commissaris niet door een statenlid, maar door een gedeputeerde wordt waargenomen (artikel 75, eerste lid, van de Provinciewet). Indien de regering op grond van artikel 76 van de Provinciewet in de waarneming van de commissaris heeft voorzien, geldt artikel 2.2.14.

Regeling
Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
28-03-2019
BWB-id
BWBR0041858
Versie
2019-03-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl