wetzoeker

Artikel 3.1 Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Fractievoorzitter

Uit de omschrijving van het begrip fractievoorzitter volgt dat de commissaris moet hebben vastgesteld dat betrokkene deze functie vervult. Als de commissaris vaststelt dat een fractie uit slecht één lid bestaat, is dat lid automatisch ook fractievoorzitter.

Commissielid

Op grond van artikel 81, 82 of 83 van de Provinciewet kan een staten-, bestuurs- of andere commissie worden ingesteld. In een dergelijke commissie kunnen zowel statenleden als niet-statenleden worden benoemd. Een dergelijke benoeming blijkt uit een besluit van Provinciale Staten. Statenleden ontvangen voor dit werk geen extra vergoeding, de niet-raadsleden wel.

Het commissiestelsel is een gesloten stelsel. Dat wil zeggen dat het Rechtspositiebesluit van toepassing is op de vergoeding zodra er een commissie wordt ingesteld door een provinciaal bestuursorgaan op basis van artikel 81, 82 of 83 van de Provinciewet. Het is aan de provincie om te bepalen of zij de desbetreffende commissie instelt op basis van artikel 81, 82 of 83. Het kan dan gaan om een besluit-vorming voorbereidende commissie, of een bestuurscommissie die bevoegdheden uitoefent die haar door Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten of de commissaris zijn overgedragen, maar ook een bezwaarschriftencommissie. Het moet gaan om een commissie die door Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten of de commissaris is ingesteld.

Indien er sprake is een dergelijke commissie staat daar de in het besluit genoemde vergoeding tegenover; is er geen sprake van een commissie als bedoeld in artikel 81, 82 of 83, dan is er geen rechtspositionele vergoeding mogelijk voor deze commissieleden.

De rechtspositionele vergoeding staat los van de fractieondersteuning en de ambtelijke bijstand. Dat zijn geen onderwerpen die de rechtspositie van politieke ambtsdragers betreffen.

De term commissielid wordt in het besluit alleen gebruikt voor een lid van een (staten-, bestuurs- of andere) commissie, dat niet tevens lid is van Provinciale Staten of een ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. Soms worden ambtenaren ter ondersteuning aan een commissie toegevoegd, maar deze zijn voor het rechtspositiebesluit geen commissielid.

6 Dit betekent onder meer dat zij geen aanspraak hebben op een vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen. Deze werkzaamheden maken voor hen immers deel uit van hun reguliere werkzaamheden, waarvoor zij reeds loon ontvangen.

Voor commissieleden in de zin van het besluit gelden afzonderlijke rechtspositieregels, die zijn opgenomen in afdeling 2.4.

De term commissielid heeft geen betrekking op leden van de vertrouwenscommissie, de rekenkamercommissie, een onderzoekscommissie of een bijzondere commissie, bedoeld in de artikelen 2.1.2 tot en met 2.1.4. De leden van deze commissies zijn namelijk raadsleden.

Regeling
Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
28-03-2019
BWB-id
BWBR0041858
Versie
2019-03-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl