wetzoeker

3 — Fiscale aspecten Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Fiscale aspecten

Provincies zijn ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig (hierna: werkgever of werkgevers) ten aanzien van hun commissaris en gedeputeerden. Dit betekent dat zij de loonheffingen op het loon van hun bestuurders moeten inhouden en afdragen. Ook statenleden kunnen door een melding bij de fiscus door middel van een gezamenlijke verklaring van het desbetreffende statenlid en de inhoudende instantie, de provincie, kiezen voor het loonbelastingregime

2 Met een door het statenlid en provincie ondertekende verklaring loonheffingen-opting in van de Belastingdienst (https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/verklaring_loonheffing_opting_in_lh0501z9fol.pdf).

. Deze leden worden dan door de fiscus aangemerkt als “fictief werknemer”. Onder het begrip loon vallen ook vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen.

Werkgevers kunnen maximaal 1,2% van hun totale loonsom (de “vrije ruimte”) besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor hun werknemers, mits deze zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Voor zover deze vrije ruimte door hogere aanwijzingen wordt overschreden, betaalt de werkgever 80% eindheffing. Deze eindheffing komt voor rekening van de werkgever en wordt dus niet ingehouden op het loon van de werknemer. Na de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel behoren de looncomponenten niet meer tot het loon van de werknemer en daarmee ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting.

Naast deze vrije ruimte kunnen bepaalde voorzieningen, zoals bijvoorbeeld studie, onbelast worden vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld. Het betreft de zogenoemde gerichte vrijstellingen. Gerichte vrijstellingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte, mits de desbetreffende vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen binnen de normen blijven die voor deze gerichte vrijstellingen gelden. Eventuele overschrijdingen kunnen dus wel in de vrije ruimte worden ondergebracht. Ook de gerichte vrijstellingen kunnen alleen worden toegepast als de looncomponenten zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel.

Het aanwijzen van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen als eindheffingsbestanddeel is vormvrij. Voor bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan de provinciale politieke ambtsdragers is ervoor gekozen de aanwijzing in het rechtspositiebesluit op te nemen (artikel 2.3.8). Deze aanwijzing hoeft derhalve niet meer op lokaal niveau te worden gedaan en is bindend. De Wet op loonbelasting 1964 bevat namelijk ook een gebruikelijkheidstoets: bij elke aanwijzing als eindheffingsbestanddeel van een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling moet beoordeeld worden of deze als zodanig gebruikelijk is. Bij een bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen eindheffingsbestanddeel hoeft deze beoordeling niet meer afzonderlijk plaats te vinden.

Verder is het aanwijzen van vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen als eindheffingsbestanddeel ingeperkt. Verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die niet als zodanig kunnen worden aangewezen, zijn bijvoorbeeld een auto die ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, of een (dienst)woning (een pied-à-terre uitgezonderd, omdat de kosten hiervoor tijdelijke verblijfkosten zijn in het kader van de dienstbetrekking). Wel kunnen vergoedingen ter compensatie van de belasting over deze verstrekkingen of terbeschikkingstellingen als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen.

Regeling
Circulaire Introductie bij provincies van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
28-03-2019
BWB-id
BWBR0041858
Versie
2019-03-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl