Bijlage — bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet publieke gezondheid (Wpg) (deel 1) Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019
bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet publieke gezondheid (Wpg)
Boetedifferentiatie
De hoogte van de daadwerkelijk op te leggen bestuurlijke boete wordt per overtreding aan de hand van de stappen uit deze bijlage vastgesteld.
Leeswijzer
• Indien in de derde kolom van de tabel SW (schriftelijke waarschuwing) is aangegeven, is het uitgangspunt dat voor deze overtreding een waarschuwing wordt opgelegd. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan direct een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dit zal dan gemotiveerd dienen te worden. Indien na het geven van een waarschuwing opnieuw een overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift wordt geconstateerd, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.
• Indien in derde kolom van de tabel DB (direct beboetbaar) is aangeven, is het uitgangspunt dat deze overtreding direct beboet wordt. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan in plaats van een boete een waarschuwing worden opgelegd.
• Zwaartecategorie: in de vierde kolom is met het aantal sterren de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang vastgesteld.
• Boetenormbedrag: in de vijfde kolom is aangegeven welk boetebedrag passend is bij de geconstateerde overtreding. Het boetenormbedrag is het uitgangspunt voor de berekening van het boetebedrag.
Stap 1. Vaststelling zwaartecategorie van het overtreden voorschrift
TARIEFLIJST boetenormbedragen bestuurlijke boete Wpg
Artikel | Omschrijving wettelijk voorschrift | SW (schriftelijke waarschuwing)/ DB (direct beboetbaar) | Zwaartecategorie | Boetenormbedrag (=N)
12b, lid 1 | Het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen type poliovirus door eenieder zonder vergunning van Onze Minister. | DB | *** | € 51.500
12b, lid 5 | Het niet naleven van een door Onze Minister gegeven bevel om bepaalde handelingen of werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, vierde lid, op te schorten indien dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid. | DB | *** | € 51.500
12e | De houder van een vergunning, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, voldoet niet aan de krachtens artikel 12b, derde lid, gestelde eisen ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van poliovirus, alsmede aan de voorwaarden, voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. | SW | ** | € 51.500
12g, lid 4 | De houder van een vergunning bewerkt, gebruikt of anderszins verwerkt het poliovirus gedurende de schorsing van de vergunning. | DB | *** | € 51.500
12h | Indien de vergunning is vervallen of ingetrokken, ontdoet degene aan wie de vergunning was verleend zich niet (binnen de gestelde termijn) van het aanwezige poliovirus. | DB | *** | € 51.500
12i, lid 1 | Het niet melden aan Onze Minister door eenieder die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen handelingen verricht met bij die maatregel aangewezen typen poliovirus. | SW | ** | € 51.500
29a, lid 1 | Het niet onverwijld melden van een (potentiële) blootstelling aan poliovirus aan de inspectie en de arts, bedoeld in artikel 17, door eenieder die handelingen met poliovirus verricht of heeft verricht waarvoor de in artikel 12b, eerste lid, bedoelde vergunningplicht geldt. | DB | *** | € 2.575
Stap 2. Ernst van de overtreding
In onderstaand schema A zijn twee factoren genoemd die meegewogen worden bij het bepalen van de ernst van de overtreding.
Ten eerste de duur van de overtreding. Bij een overtreding die minder dan een maand heeft geduurd, is er sprake van een ‘korte’ duur. Indien een overtreding langer dan drie maanden heeft geduurd, is er sprake van een ‘lange’ duur.
Ten tweede de omvang van de overtreding. Bestaat de overtreding uit minder dan vijf handelingen, dan wordt de omvang als klein en verlichtend beoordeeld. Bestaat de overtreding uit meer dan tien handelingen dan wordt de omvang als groot en verzwarend beoordeeld.
Schema A
Van toepassing
1 | Duur | □ | kort | verlichtend
□ | gemiddeld | geen
□ | lang | verzwarend
□ | niet van toepassing | geen
Motivering:
2 | Omvang | □ | klein | verlichtend
□ | gemiddeld | geen
□ | groot | verzwarend
□ | niet van toepassing | geen
Motivering:
Stap 3. Bepaling voorlopig boetebedrag
Met behulp van onderstaand schema B wordt bepaald welk voorlopig boetebedrag van toepassing is op grond van de uitkomsten van stap 1 en 2. Bij het invullen van schema B vallen de verlichtende en verzwarende omstandigheden bij gelijke telling tegen elkaar weg.
Voor het gebruik van schema B geldt het volgende:
□ A Er zijn één of twee verlichtende omstandigheden van toepassing
□ B Er zijn geen verlichtende en/of verzwarende omstandigheden van toepassing
□ C Er zijn één of twee verzwarende omstandigheden van toepassing
Schema B
Van toepassing
Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = €
Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) | | ** | | ***
A | | | □ | 50% N | □ | 80% N
B | | | □ | 60% N | □ | 90% N
C | | | □ | 70% N | □ | 100% N
Tussenberekening boetebedrag: €
Stap 4. Verwijtbaarheid
De boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel sprake is van normale verwijtbaarheid.
De minister moet aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de genoemde artikelen.
Grove schuld is aan de orde wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid, maar er geen sprake is van opzet. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige, aan opzet grenzende, mate van verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de betreffende bepaling niet of niet behoorlijk is nageleefd. Van grove schuld kan ook sprake zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot grove schuld.
Onder verminderde verwijtbaarheid wordt verstaan situaties waarin het de overtreder niet volledig valt aan te rekenen dat hij de overtreding heeft begaan. Op de overtreder rust de verplichting de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken.
Indien aan de orde, geldt dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid wanneer de overtreder niet aan een meldplicht heeft voldaan en hieraan alsnog uit eigen beweging heeft voldaan. Deze vrijwillige melding moet plaatsvinden vóórdat de overtreder moet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de ambtenaren van de inspectie die zijn belast met het toezicht op de naleving van de betreffende bepaling informatie hebben of zullen krijgen dat de overtreder niet aan deze meldplicht heeft voldaan.
Schema C
Van toepassing
□ Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid | –25% van het bedrag uit schema B
Motivering:
□ Er is sprake van normale verwijtbaarheid | Het boetebedrag uit schema B blijft gelijk
Motivering:
□ Er is sprake van grove schuld | +25% van het bedrag uit schema B
Motivering:
□ Er sprake van opzet | +50% van het bedrag uit schema B Deze mag het maximale vastgestelde boetebedrag in de wet niet overschrijden
Motivering:
Tussenberekening boetebedrag: €
Stap 5. Aard van de overtreder
De aard van de overtreder speelt een rol in het bepalen van de hoogte van de boete. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een natuurlijk persoon, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete.
- Regeling
- Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 01-03-2025
- BWB-id
- BWBR0041790
- Versie
- 2025-03-01_0