wetzoeker

Bijlage — bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) (deel 1) Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019

bij de Boetebeleidsregels Ministerie VWS 2019: Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb)

Boetedifferentiatie

De hoogte van de daadwerkelijk op te leggen bestuurlijke boete wordt per overtreding aan de hand van de stappen uit deze bijlage vastgesteld.

Leeswijzer

• Indien in de derde kolom van de tabel SW (schriftelijke waarschuwing)is aangegeven, is het uitgangspunt dat voor deze overtreding een waarschuwing wordt opgelegd. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan direct een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dit zal dan gemotiveerd dienen te worden. Indien na het geven van een waarschuwing opnieuw een overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift wordt geconstateerd, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd.

• Indien in derde kolom van de tabel DB (direct beboetbaar) is aangeven, is het uitgangspunt dat deze overtreding direct beboet wordt. Indien er sprake is van een bijzondere reden, kan in plaats van een boete een waarschuwing worden opgelegd.

• Zwaartecategorie: in de vierde kolom is met het aantal sterren de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang vastgesteld.

• Boetenormbedrag: in de vijfde kolom is aangegeven welk boetebedrag passend is bij de geconstateerde overtreding. Het boetenormbedrag is het uitgangspunt voor de berekening van het boetebedrag.

Stap 1. Vaststelling zwaartecategorie van het overtreden voorschrift

TARIEFLIJST boetenormbedragen bestuurlijke boete Wdkb

Artikel | Omschrijving wettelijk voorschrift | SW (schriftelijke waarschuwing)/ DB (direct beboetbaar) | Zwaartecategorie | Boetenormbedrag (=N)

1a, lid 1 a | De verrichter van kunstmatige bevruchting beschikt niet over de donorcode van de donor wiens zaadcellen of eicellen de verrichter gebruik wenst te maken. | DB | *** | € 5.150

1a, lid 1 b | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting beschikt niet over een reservering voor een aan die donorcode gekoppelde moedercode of een aan die donorcode gekoppelde moedercode die reeds aan de te behandelen vrouw is toegekend. | DB | *** | € 5.150

1a, lid 2 | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting gebruikt voor de te behandelen vrouw dezelfde moedercode als reeds toegekend aan een andere vrouw, terwijl de verrichter niet verifieert of ten tijde van de behandeling sprake is van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract tussen deze twee vrouwen. | DB | *** | € 5.150

2, lid 1 a | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen een door het College bij reglement te bepalen termijn de donorcode van de donor van wiens zaadcellen de verrichter gebruik heeft gemaakt, aan het College te verstrekken. | DB | *** | € 5.150

2, lid 1 b | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen een door het College bij reglement te bepalen termijn de volgende gegevens van de donor aan het College te verstrekken: fysieke kenmerken, opleiding en beroep, alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken, een en ander zoals bij algemene maatregel van bestuur bepaald. | DB | *** | € 5.150

2, lid 2 a | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens aan het College te verstrekken: de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, woonplaats van de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden, alsmede het burgerservicenummer tenzij aan de vrouw geen burgerservicenummer is toegekend krachtens de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of de reeds aan deze vrouw toegekende moedercode die gekoppeld is aan de donorcode van de donor, bedoeld in het eerste lid. | DB | *** | € 5.150

2, lid 2 a | In de situatie bedoeld in artikel 1a, tweede lid, laat de verrichter van kunstmatige donorbevruchting na zowel de persoonsindentificerende gegevens van de behandelde vrouw als de gebruikte reeds toegekende moedercode te verstrekken. | DB | *** | € 5.150

2, lid 2 b | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, het tijdstip waarop de donorbevruchting heeft plaatsgevonden, aan het College te verstrekken. | DB | *** | € 5.150

2, lid 2 c | De verrichter van kunstmatige donorbevruchting laat na om binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, de aantekening of de identiteit van de donor, bedoeld in het eerste lid, bekend is aan de vrouw, aan het College te verstrekken. | DB | *** | € 5.150

Stap 2. Ernst van de overtreding

In onderstaand schema A is één factor genoemd die meegewogen wordt bij het bepalen van de ernst van de overtreding.

De duur van de overtreding. Indien kan worden vastgesteld dat een overtreder gedurende langer dan een half jaar niet aan de wettelijke voorschriften heeft voldaan, wordt de duur als lang en verzwarend beoordeeld. Indien wordt vastgesteld dat het overtreden van de wettelijke voorschriften niet langer dan één maand heeft geduurd, wordt de duur als kort en verlichtend beoordeeld.

Schema A

Van toepassing

Duur | □ | kort | verlichtend

□ | gemiddeld | geen

□ | lang | verzwarend

□ | Niet van toepassing | geen

Motivering:

Stap 3. Bepalen voorlopig boetebedrag

Met behulp van onderstaand schema B wordt bepaald welk voorlopig boetebedrag van toepassing is op grond van de uitkomsten van stap 1 en 2.

Voor het gebruik van schema B geldt het volgende:

□ A Er is een verlichtende omstandigheid van toepassing

□ B Er is geen verlichtende en/of verzwarende omstandigheid van toepassing

□ C Er is een verzwarende omstandigheid van toepassing

Schema B

Van toepassing

Boetenormbedrag uit stap 1 is het uitgangspunt = €

Omstandigheden m.b.t. de ernst van de overtreding (stap 2) | ***

A | | | | | □ 80%N

B | | | | | □ 90% N

C | | | | | □ 100% N

Tussenberekening boetebedrag: €

Stap 4. Verwijtbaarheid

De boete wordt afgestemd op de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel sprake is van normale verwijtbaarheid.

De minister moet aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Onder opzet wordt verstaan het willens en wetens handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de genoemde artikelen.

Grove schuld is aan de orde wanneer de mate van verwijtbaarheid hoger ligt dan de normale verwijtbaarheid, maar er geen sprake is van opzet. Bijvoorbeeld in het geval van een ernstige, aan opzet grenzende, mate van verwijtbaarheid. Hierbij gaat het dan om ernstige nalatigheid, ernstige onzorgvuldigheid of ernstige onachtzaamheid met als gevolg dat de betreffende bepaling niet of niet behoorlijk is nageleefd. Van grove schuld kan ook sprake zijn wanneer er omstandigheden zijn die elk op zich normale verwijtbaarheid opleveren, maar in onderlinge samenhang bezien wel leiden tot grove schuld.

Onder verminderde verwijtbaarheid wordt verstaan situaties waarin het de overtreder niet volledig valt aan te rekenen dat hij de overtreding heeft begaan. Op de overtreder rust de verplichting de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken.

Schema C

Van toepassing

□ Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid | –25% van het bedrag uit schema B

Motivering:

□ Er is sprake van normale verwijtbaarheid | Het boetebedrag uit schema B blijft gelijk

Motivering:

□ Er is sprake van grove schuld | +25% van het bedrag uit schema B

Motivering:

□ Er sprake van opzet | +50% van het bedrag uit schema B Deze mag het maximale vastgestelde boetebedrag in de wet niet overschrijden

Motivering:

Tussenberekening boetebedrag: €

Stap 5. Aard van de overtreder

De aard van de overtreder speelt een rol in het bepalen van de hoogte van de boete. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een natuurlijk persoon, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete.

Regeling
Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2025
BWB-id
BWBR0041790
Versie
2025-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl