wetzoeker

1 — Nieuw rechtspositiebesluit Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van provincies, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Nieuw rechtspositiebesluit

Nieuw rechtspositiebesluit met ingang van 28 maart 2019

Met ingang van 28 maart 2019 zal er voor commissarissen van de Koning, gedeputeerden en statenleden sprake zijn van een nieuw rechtspositiebesluit. Alle voormalige, voor de verschillende politieke ambten van de decentrale bestuursorganen, geldende rechtspositiebesluiten worden gebundeld in één rechtspositiebesluit. Dit besluit geldt dus ook voor de rechtspositie van de raadsleden, burgemeesters en wethouders en de leden van het algemeen bestuur en de voorzitter en leden van het dagelijks bestuur van waterschappen. Die rechtsposities waren tot op heden uitgewerkt in zeven afzonderlijke besluiten. Over het nieuwe rechtspositiebesluit en de inhoudelijke wijzigingen in de rechtspositionele bepalingen die daarin opgenomen zijn, wordt u door middel van een separate circulaire nader geïnformeerd.

In verband met de verkiezingen van provinciale staten en de algemeen besturen van de waterschappen treedt het besluit voor de politieke ambtsdragers van de provincies en waterschappen – anders dan voor de gemeenten geldt – niet in werking op 1 januari 2019, maar op 28 maart 2019. Het is immers niet wenselijk noch praktisch de rechtspositie van zittende volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders voor een periode van slechts drie maanden te wijzigen. Om deze reden wordt in de onderhavige circulaire volstaan met een verwijzing naar de huidige bepaling die de grondslag vormt voor een geldelijke vergoeding en vooralsnog geen verwijzing opgenomen naar de nieuwe bepaling.

Indexering volgens oude systematiek

Een van de inhoudelijke wijzigingen in het nieuwe rechtspositiebesluit is de aanpassing van de indexeringsbepalingen. Tot op heden werden voor de indexering van de geldbedragen bepaalde indexcijfers

1 Het gaat om enerzijds het consumentenprijsindexcijfer en anderzijds het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.

gebruikt die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren vastgesteld voor de maand september van het voorgaande kalenderjaar. Aangezien dit voorlopige cijfers waren die later nog door het CBS konden worden bijgesteld, is in het nieuwe besluit aansluiting gezocht bij indexcijfers die definitief zijn. Gekozen is voor in beginsel dezelfde indexcijfers, maar dan zoals die één jaar daarvoor golden (met andere woorden van de maand september in het tweede voorafgaande kalenderjaar).

Voor het jaar 2019 worden de vergoedingen nog geïndexeerd op basis van de oude systematiek. De nieuwe indexatiemethode gaat in per 1 januari 2020. Hiervoor is in artikel 5.1 van het nieuwe rechtspositiebesluit een overgangsbepaling opgenomen. In het nieuwe rechtspositiebesluit, zoals dat in het Staatsblad is gepubliceerd (Stb 2018, nr. 386) – en voor de provincies dus pas gaat gelden per 28 maart 2019 –, zijn de betreffende bedragen opgenomen die gelden voor 2018. Deze moeten vervolgens bij ministeriële regeling voor 1 januari 2019 worden geïndexeerd. Aangezien voor het jaar 2019 nog indexatie plaatsvindt op basis van de oude systematiek, vertoont de in onderhavige circulaire gehanteerde indexatiemethode nog geen verschil met die van voorgaande jaren.

Regeling
Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van provincies, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0041749
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl