wetzoeker

Artikel 4 Bestuursreglement Politieacademie

1 De Politieacademie heeft een directeur en een plaatsvervangend directeur. Zij worden benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit.

2 De plaatsvervangend directeur beschikt niet over eigen bevoegdheden; hij of zij oefent de bevoegdheden namens de directeur uit en stelt daarvan de directeur op de hoogte.

3 De directeur en zijn plaatsvervanger komen een onderlinge taak- en portefeuilleverdeling overeen, onverminderd de verantwoordelijkheid van de directeur. Zij streven naar onderlinge consensus bij de uitoefening van hun taken; als consensus ontbreekt, beslist de directeur.

4 Als de functie van directeur vacant is, dan treedt de plaatsvervangend directeur tijdelijk in diens plaats in afwachting van de benoeming van een nieuwe directeur.

5 De directeur en plaatsvervangend directeur houden minimaal twee keer per maand directie-overleg en de directeur neemt ter vergadering de benodigde besluiten. Besluiten die buiten vergadering zijn genomen, worden in de eerstvolgende vergadering bekrachtigd.

6 De directie-overleggen worden aan de hand van een vooraf opgestelde agenda door de directeur geleid.

Regeling
Bestuursreglement Politieacademie
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-12-2018
BWB-id
BWBR0041682
Versie
2018-12-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl