wetzoeker

Artikel 12 Bestuursreglement Politieacademie

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende algemene bevoegdheden ten aanzien van de Politieacademie:

1. hij stelt het bestuursreglement van de Politieacademie vast;

2. hij stelt het inrichtingsplan van de Politieacademie vast met daarin onder meer de organisatiestructuur en formatie van de organisatie-eenheden van de Politieacademie;

3. hij stelt ten minste éénmaal in de vier jaar een meerjarig beleidsplan voor de Politieacademie vast;

4. hij stelt jaarlijks vóór 1 juni het jaarplan vast, waarin het meerjarig beleid is geconcretiseerd;

5. hij stelt jaarlijks vóór 15 maart het jaarverslag en van de Politieacademie vast, waarin hij verantwoording aflegt over de uitvoering van de taken van de Politieacademie en de daarbij behaalde resultaten en tevens verantwoording aflegt over de inzet van de aan de Politieacademie ter beschikking gestelde sterkte en middelen;

6. hij stelt jaarlijks vóór 1 april de begroting van de Politieacademie vast en legt die aan de Minister ter goedkeuring voor;

7. hij legt drie tot vier keer per jaar door middel van managementrapportages verantwoording af aan de Minister over de taakuitvoering, over de uitvoering van het jaarplan en over de omvang en inzet van de sterkte en middelen die feitelijk ter beschikking zijn gesteld.

De directeur geeft relevante belanghebbenden inzicht in de realisatie van het beleid van de Politieacademie en de behaalde resultaten bij de taakuitvoering door de Politieacademie.

Regeling
Bestuursreglement Politieacademie
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-12-2018
BWB-id
BWBR0041682
Versie
2018-12-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl