2 — Binnenvaartpolitiereglement Richtlijn voor Strafvordering Binnenvaart
Binnenvaartpolitiereglement
Artikel | Toelichting | Transactie (GB)
1.04 BPR | Als schipper niet alle voorzorgmaatregelen nemen die geboden zijn. | 175–1.400
1.04 jo. 1.03/3 BPR | Als lid bemanning etc. die zelfstandig koers en snelheid schip bepaalt niet alle voorzorgsmaatregelen nemen die door algemene plicht tot waakzaamheid worden gevorderd. | 175–700
1.06 BPR | Afmetingen etc. schip/samenstel niet verenigbaar met karakteristiek/afmetingen van de vaarweg en de kunstwerken. | 350–1000
1.07/1 BPR | Schip tot over vlak onderkant inzinkingsmerken beladen | 350–1.000
1.07/2 BPR | Te geringe stabiliteit door onjuiste belading | 350–1.000
1.07/2 BPR | Niet genoeg vrij uitzicht tijdens de vaart. | 350–700
1.07/3 BPR | Geen controle stabiliteit (stabiliteitsberekening) bij het genoemde containervervoer | 700
1.08 BPR | Niet voldoen aan de reddingsvestverplichting | 150
1.09/3 BPR | Geen bekwame persoon in stuurhut snel schip die het roer bedient | 275–700
1.09/3 BPR | Geen (bekwame) tweede persoon in stuurhut snel schip | 275–450
1.09/4 BPR | In de stuurhut niet in staat alle inlichtingen en aanwijzingen te vernemen. | 250
1.09/4 BPR | Geen uitkijk of luisterpost aanwezig. | 250
1.10/1/a BPR | Niet aan boord aanwezig: Meetbrief | 350
1.10/1/b BPR | Niet aan boord aanwezig: ADN bescheiden. Zie hoofdstuk V | –
1.10/1/c BPR | Niet aan boord aanwezig: Groot vaarbewijs c.q. vaarbevoegdheidsbewijs. | 350
1.10/1/c BPR | Niet aan boord aanwezig: Klein vaarbewijs c.q. vaarbevoegdheidsbewijs. | 175
1.10/1/d BPR | Niet aan boord aanwezig: Radarpatent. | 350
1.10/1/e BPR | Niet aan boord aanwezig: Handboek marifonie. | 100
1.10/1/f BPR | Niet aan boord aanwezig: het registratiebewijs gebruik frequentieruimte (maritiem mobiel) | 100
1.10/1/g BPR | Niet aan boord aanwezig: Marifoon bedieningscertificaat. | 100
1.10/1/h BPR | Niet aan boord aanwezig: het certificaat van onderzoek, met inbegrip van het stuwplan of de ladinglijst voor de actuele beladingstoestand en, de stabiliteitsberekening etc | 350
1.10/1/i BPR | Niet aan boord aanwezig: Certificaat navigatielantaarns. | 100
1.12 BPR | Niet voldoen aan genoemde verplichtingen ter voorkoming gevaar voor uitstekende delen, niet voorhalen ankers, etc. | 200–500
1.13 BPR | Verplichtingen ter bescherming van verkeerstekens. | 200–500
1.14 BPR | Niet onverwijld autoriteit kennis geven van beschadiging kunstwerk met schip etc. | 500
1.15/1 BPR | Verbod te water doen geraken van voorwerpen of stoffen. | 200–650
1.15/2 BPR | Niet voldoen aan meldingsplicht bij te water raken van voorwerpen of stoffen. | 425
1.19 BPR | Als schipper geen gevolg gegeven aan een verkeersaanwijzing. | 275–425
1.19 BPR | Als schipper geen gevolg gegeven aan een verkeersaanwijzing. Verbod verder te varen. | 650–1.000
1.20 BPR | Geen medewerking verlenen aan bevoegde autoriteit | 175
1.21 BPR | Bijzonder transport zonder vergunning. | 175–1.000
1.23 BPR | Evenement of andere gebeurtenis niet tijdig melden c.q. zonder toestemming doen plaats vinden | 175–700
Hfdst. 3 BPR | Optische tekens van grote schepen. Bedrag per onjuist of niet gevoerd teken. (dagteken of licht/lichtcombinatie). Voor ontbrekende seinvoering bij vervoer gevaarlijke stoffen; zie hoofdstuk V | 200
Hfdst. 3 BPR | Optische tekens van kleine schepen. Bedrag per onjuist of niet gevoerd teken. (dagteken of licht/lichtcombinatie). | 100
4.01/1/A BPR | Als schipper met groot motorschip geen geluidsseinen geven of kunnen geven. | 200
4.05 BPR | Onjuist gebruik marifoon | 125
4.05 BPR | Marifoon niet in overeenstemming met de regels, of niet aanwezig. | 350–1.000
Hfdst. 6 BPR | Niet houden aan vaarregels. Geen aanvaring. | 200–350
Hfdst. 6 BPR | Niet houden aan vaarregels. Met aanvaring, lichte schade geen letsel. | 350–700
6.18/2 BPR | Varen binnen afstand van 50 m bij schip met gevaarlijke stoffen dat 2 of 3 kegels voert. | 550
6.20 BPR | Hinderlijke waterbeweging, geen schade. | 200–350
6.20 BPR | Hinderlijke waterbeweging, waarbij schade is ontstaan voor derden. | 350–700
6.26–6.28b BPR | Doorvaren van bruggen, stuwen en sluizen in strijd met verkeersteken dat gebod of verbod inhoudt. | 200–350
6.26–6.28b BPR | Doorvaren van bruggen, stuwen en sluizen in strijd met verkeersteken dat gebod of verbod inhoudt. Met aanvaring, lichte schade, geen letsel. | 350–700
6.29–6.33 BPR | Als schipper bij slecht zicht, niet houden aan de vaarregels. Geen aanvaring. (Uitz: transactie 6.30 lid 2 stuurboordswal houden) | 425–700
6.29–6.33 BPR | Als schipper bij slecht zicht, niet houden aan de vaarregels. Met aanvaring, lichte schade, geen letsel. | 700–1.000
6.29–6.33 BPR | Als schipper schip niet stil gelegd bij slecht zicht c.q. varen zonder radar bij slecht zicht. | 550
6.32 BPR | Varen op radar zonder radardiploma. | 550
7.01–7.07 BPR | Ligplaats nemen in strijd met de voorschriften. | 125
7.07/1 BPR | Minimumafstand niet in acht nemen tot schip met gevaarlijke stoffen | 550
7.08 BPR | Geen bewaking of toezicht. Uitz: Bewaking ADN. Tarief zie hoofdstuk V | 125–700
8.03/a BPR | Met snelle motorboot deelnemen aan de scheepvaart met gevaar brand/ontploffing etc. | 250
8.03/c BPR | Met snelle motorboot deelnemen aan de scheepvaart zonder deugdelijk stuurinrichting. | 250
8.03/a jo. 8.04 BPR | Als eigenaar of houder niet zorg dragen dat snelle motorboot deelneemt aan de scheepvaart zonder gevaar voor brand/ontploffing etc. | 250
8.03/c jo. 8.04 BPR | Als eigenaar of houder niet zorg dragen dat een snelle motorboot deelneemt aan de scheepvaart met een deugdelijke stuurinrichting. | 250
8.05/2 BPR | Met de motor van een snelle motorboot onnodig geluid veroorzaken. | 100
8.05/3 BPR | De motor van een stilliggende snelle motorboot onnodig lang of zonder redelijk doel in werking houden. | 100
9.02 BPR | Overschrijden van de ten hoogste toegelaten afmetingen van schepen of samenstellen. | 700–1.800
9.03 BPR | In strijd met de voorschriften op genoemde vaarwegen ligplaats nemen. Uitz: Verbod ontgassen. Tarief zie hoofdstuk V. | 175–350
9.04/1/3/4/5 BPR | Handelen in strijd met de genoemde verplichtingen. | 100
9.04/6 BPR | Op klein schip geen radarreflector voeren bij slecht zicht op de vaarwegen van bijlage 15 onder b. | 200
9.06 BPR | Handelen in strijd met de genoemde verplichtingen. | 200–1.000
9.07 BPR | Als schipper groot schip niet of niet juist voldoen aan meld-,uitluister- en communicatieplicht. | 350
9.07 BPR | Als schipper klein schip niet of niet juist voldoen aan meld-,uitluister- en communicatieplicht. | 100
9.08 BPR | Varend brandstof afleveren zonder toestemming van de bevoegde autoriteit op de bedoelde vaarwegen. | 350
11.01/2/3 BPR | Niet voldoende de ruimte laten, tekens tonen of geluidseinen geven. Geen aanvaring. | 200–350
. | Niet voldoende de ruimte laten, tekens tonen of geluidseinen geven. Met aanvaring, lichte schade, geen letsel. | 350–650
- Regeling
- Richtlijn voor Strafvordering Binnenvaart
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 01-01-2019
- BWB-id
- BWBR0041660
- Versie
- 2019-01-01_0