wetzoeker

II — Binnenvaartwet Richtlijn voor Strafvordering Binnenvaart

Binnenvaartwet

De Binnenvaartwet (BVW) en enkele uitvoeringsregelingen van de HRA op het terrein van technische eisen voor schepen, bemanningsvoorschriften en vaar- en rusttijden worden primair bestuursrechtelijk gehandhaafd. Het strafrecht wordt nog slechts in een zeer beperkt aantal gevallen toegepast (zie hoofdstuk II van de Aanwijzing Binnenvaart).

Artikel | Toelichting | Algemeen | Rijnvaart

Art. 17, vijfde lid, BVW | Gebruik van een schip terwijl het gebruik is onderbroken o.g.v. artikel 17 van de Binnenvaartwet

Eerste overtreding | GB 3.300 of TS 160 uur ov | GB 3.300

Recidive | GB 3.300 en 1 mnd HTS ov | GB 5.000

Art. 25, vierde lid, BVW jo. 13-17 BVB | Voor de tarieven voor varen zonder in het bezit te zijn van een geldig klein vaarbewijs wordt verwezen naar de ‘Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen’ | Zie tekstenbundel (feitcode W300b) | Zie tekstenbundel (feitcode W300b)

Art. 49, eerste lid, jo. betreffende verbodsbepaling BVW | Indien strafrechtelijke handhaving overigens aangewezen is, bijvoorbeeld als er sprake is van gevaar voor de openbare veiligheid (art. 49 BVW), is de gewenste sanctie sterk afhankelijk van de gevaarzetting en de omstandigheden rond de gedraging. Vertrekpunt kan zijn het voor de bewuste gedraging in de ‘bestuurlijke boete catalogus’ van de ILT (bijlage 11.1 als bedoeld in art. 11.1 van de BVR) opgenomen hoogst op te leggen boetebedrag, met een significante verhoging. Zie hoofdstuk II van de Aanwijzing Binnenvaart. | Minimaal: GB 700 of TS 50 uren Maximaal: 4 mnd HTS ov | Zie art. 32 HRA in deze tabel

Art. 32 HRA jo voorschrift voor internationale Rijn1 | Enkele uitvoeringsregelingen2 van de HRA worden – voor zover de bepalingen overeenkomen met hetgeen bij of krachtens de Binnenvaartwet is bepaald – bestuursrechtelijk gehandhaafd (bestuurlijke boete). Indien strafrechtelijke handhaving overigens aangewezen is, bijvoorbeeld als er sprake is van gevaar voor de openbare veiligheid (art. 49 BVW), is de gewenste sanctie sterk afhankelijk van de gevaarzetting en de omstandigheden rond de gedraging. Vertrekpunt kan zijn het voor de bewuste gedraging in de ‘bestuurlijke boete catalogus’ van de ILT (bijlage 11.1 als bedoeld in art. 11.1 van de BVR) opgenomen hoogst op te leggen boetebedrag, met een significante verhoging. Zie hoofdstuk II en V van de Aanwijzing Binnenvaart. | | GB 700–16.000

1 De mogelijkheid om bij de Binnenvaartwet van het bestuursrecht ‘op te schalen’ naar het strafrecht, wordt op de internationale Rijn niet toegepast over de band van art. 49 BVW (in verband met een voorbehoud in de strafbaarstelling in art. 1, onder 4, van de WED). Indien een overtreding strafbaar is op grond van art. 32 van de Herziene Rijnvaartakte, vormen dat artikel en het relevante voorschrift voor de internationale Rijn (bv. bepaling uit het ROSR) bij gevaar voor de openbare veiligheid de grondslag voor de strafrechtelijke handhaving.

2 Het gaat met name om voorschriften ten aanzien van vaartijden, bemanningseisen, radarexamens en technische eisen. Het ROSR en RSPR zijn opgenomen als bijlagen bij de Binnenvaartregeling.

Regeling
Richtlijn voor Strafvordering Binnenvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0041660
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl