wetzoeker

Artikel 3.4 Opclassificatie Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Op grond van artikel 3.4 kan een gemeente in een andere klasse worden geplaatst dan die waartoe zij ingevolge artikel 3.2 krachtens haar inwonertal hoort. Dit wordt opclassificatie genoemd. Deze opclassificatie is een beleidsinstrument om de bezoldiging van (politieke) ambtsdragers in afzonderlijke gemeenten te kunnen verhogen. Verhoging van de tijdsbestedingsnorm heeft alleen betrekking op de bezoldiging van wethouders, terwijl opclassificatie met zich meebrengt dat de beloning van alle politieke ambtsdragers wordt verhoogd. Om voor opclassificatie in aanmerking te komen, moet duidelijk worden aangetoond dat de bestuurslast voor de politieke ambtsdragers in uitzonderlijke mate uitsteekt boven de gebruikelijke bestuurslast in andere gemeenten in de betreffende inwonersklasse. De bewijslast bij opclassificatie is zwaarder dan die voor de verhoging van de tijdsbestedingsnorm. Immers, bij opclassificatie gaan automatisch alle politieke ambtsdragers mee in de verhoging van de salariëring.

Ingeval van opclassificatie blijven de kosten van de bezoldiging, inclusief de verhoging, voor rekening van de gemeente.

De procedure die moet worden gevolgd om in aanmerking te komen voor opclassificatie is als volgt.

Nadat de gemeente bij raadsbesluit besloten heeft tot het indienen van een verzoek om opclassificatie, dient zij dit verzoek schriftelijk beargumenteerd in bij de provincie. Het college van gedeputeerde staten hoort de gemeenteraad en neemt vervolgens een besluit tot het al dan niet inwilligen van het verzoek (artikel 3.4, eerste lid). Bij het inwilligen van het besluit stelt het college een tijdvak vast.

De opclassificatie heeft dus een tijdelijk karakter, omdat steeds voor een bepaald tijdvak wordt vastgesteld of inschaling in een hogere klasse gezien de bestuurlijke zwaarte van een gemeente gerechtvaardigd is. Na verloop van het tijdvak wordt door gedeputeerde staten op grond van artikel 3.4, tweede lid, opnieuw bekeken of de hogere indeling voor een nieuwe periode moet blijven gehandhaafd of dat de gemeente weer overeenkomstig het inwonertal moet worden ingedeeld.

Van zowel het besluit op grond van het eerste lid als van het besluit op grond van het tweede lid wordt onverwijld schriftelijke mededeling gedaan aan de Minister van BZK.

In tegenstelling tot de situatie dat een gemeente door vermindering van het aantal inwoners overgaat naar een lagere inwonersklasse, heeft het niet langer handhaven van een opclassificatie tot gevolg dat de vergoeding voor de werkzaamheden of de bezoldiging van de politieke ambtsdragers in de desbetreffende gemeente vanaf dat moment weer wordt teruggebracht naar het niveau van vóór de opclassificatie, althans naar het niveau dat bij de inwonersklasse hoort, waarin de gemeente op grond van artikel 3.2 is ingedeeld. De reden van de verhoging is immers door de opheffing van de opclassificatie komen te vervallen.

Regeling
Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0041643
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl