Voorbeeld 3 Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Burgemeester C krijgt een leaseauto ter beschikking die net nieuw is, met een cataloguswaarde van € 40.000 (inclusief btw en bpm). Het college van B&W heeft bepaald dat de auto gedurende drie jaar door de burgemeester ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt. Betrokkene rijdt er 60.000 km mee in het jaar, zakelijk 30.000 km, bestuurlijk 20.000 km; ‘echt’ privé 10.000 km. De kosten van het leasecontract zijn € 826 per maand exclusief btw. Inclusief de btw van 21% is het leasebedrag € 1000 per maand. Brandstof wordt gedeclareerd bij de leasemaatschappij via een tankpas. De auto rijdt 1:10. Benzineprijs is gemiddeld € 1,75 per liter. Voor de bestuurlijke ritten ontvangt de burgemeester reiskostenvergoedingen ad in totaal € 3.000 en voor een aantal ‘privéritten’ reiskosten-vergoedingen ad in totaal € 500. C heeft een loonbelastingpercentage van 51,95%.
Aangezien de burgemeester meer dan 500 km fiscaal gezien niet-zakelijk heeft gereden (20.000 km bestuurlijk en 10.000 km ‘echt’ privé), krijgt betrokkene een fiscale bijtelling van € 8.800 (22% van cataloguswaarde auto ad € 40.000 omdat de auto een CO2-uitstoot heeft van 51 gram per kilometer of meer). Dit bedrag wordt echter verminderd met de eigen bijdrage die C betaalt aan de gemeente en met de brandstofkosten die kunnen worden toegerekend aan zijn privégebruik.
De eigen bijdrage ziet uitsluitend op de ‘echte’ privékilometers en wordt als volgt berekend: (10.000/60.000) = 1/6 * € 1000 per maand (eigenlijk € 12.000 (12*1000):12) = € 166,67 per maand of € 2.000 per jaar.
Daarnaast zijn er de brandstofkosten: 6.000 liter (1:10) * € 1,75 = € 10.500. Ook deze worden verdeeld volgens de verdeelsleutel privékm/totaalkm. In deze casus: 1/6-5/6. C betaalt dus per jaar € 1.750 aan brandstofkosten; de gemeente € 8.750.
Een nacalculatie is van belang omdat de leaseprijs tot stand komt op basis van een aantal factoren waaronder het aantal kilometers dat met de auto daadwerkelijk wordt verreden en de leaseperiode. Het verdient aanbeveling dat het college van B&W niet alleen bepaalt dát er privékilometers mogen worden gereden maar ook aangeeft hoeveel kilometers het verwacht dat dit zullen zijn. Wanneer betrokkene namelijk inderdaad dat aantal kilometers verrijdt, maar wel meer zakelijke of bestuurlijke kilometers dan ingeschat, heeft de meerprijs aan leasekosten geen invloed op de eigen bijdrage. Rijdt betrokkene significant meer of minder, juist wel.
In dit voorbeeld is de uiteindelijke bijtelling dus: € 8.800 -/- € 2.000 -/- € 1.750 = € 5.050. De belasting over de bijtelling is € 5.050 x 51,95% = € 2.623.
Aan kosten per jaar heeft de gemeente in totaal € 18.750. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
• De leasekosten ad € 12.000 (plus vergoedingen parkeren en tol);
• Plus de totale benzinekosten ad € 10.500;
• Minus de eigen bijdrage privégebruik van C ad € 2.000;
• Minus de brandstofkosten privégebruik van C ad € 1.750.
De burgemeester betaalt € 6.373 per jaar of € 531,08 per maand, namelijk:
• De belasting over de bijtelling ad € 2.623 (€ 218,58 per maand)
• Plus de eigen bijdrage privégebruik van C ad € 2.000 (€ 166,67 per maand);
• Plus de brandstofkosten privégebruik van C ad € 1.750 (€ 145,83 per maand).
De kosten van eventuele boetes en bekeuringen tijdens het gebruik van de ter beschikking gestelde auto worden niet vergoed door de gemeente en zijn voor C.
Het bedrag ad € 3.000 dat de burgemeester ontving aan reiskostenvergoedingen van derden wordt in de gemeentekas gestort.
De reiskostenvergoeding ad € 500 uit hoofde van zijn privéritten behoudt C; voor die ritten heeft hij immers de eigen bijdrage betaald. De kosten van eventuele boetes en bekeuringen tijdens het gebruik van de ter beschikking gestelde auto worden niet vergoed door de gemeente en zijn voor C. Ook kosten voor parkeer-, veer- en tolgelden tijdens het privégebruik van de ter beschikking gestelde auto blijven logischerwijs voor rekening van de burgemeester.
- Regeling
- Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-01-2019
- BWB-id
- BWBR0041643
- Versie
- 2019-01-01_0