Situatie B: Burgemeester schrijft zich laat in en heeft huurders Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Burgemeester L wordt benoemd per 1 mei 2019. De raad besluit een ontheffing te verlenen. Betrokkene zet haar huis in de oude gemeente meteen te koop. Zij huurt per 1 juni 2019 een appartement in de nieuwe gemeente. Burgemeester L schrijft zich pas in als ingezetene in de nieuwe gemeente op 23 februari 2021. Haar wordt ontheffing verleend door de raad voor de periode 1 mei 2019 tot 1 mei 2020. Deze ontheffing wordt door de commissaris, gehoord de raad, vanwege de bijzondere omstandigheden in dit geval verlengd met één jaar, dus tot 1 mei 2021. Per 1 oktober 2017 sluit burgemeester L voor een jaar een huurcontract waarmee haar hypotheeklasten voor het huis in de oude gemeente geheel worden gecompenseerd. Dit huurcontract wordt niet verlengd. Op 17 november 2022 wordt het huis in de oude gemeente verkocht.
Burgemeester L heeft in de periode 1 mei 2019 tot 23 februari 2021 (moment van inschrijving als ingezetene) recht op de reiskostenvergoeding. Indien zij in de periode 1 mei 2019 tot 1 juni 2019 in een hotel verblijft, kan zij aanspraak maken op de pensionkostenvergoeding. Deze vergoeding bedraagt het bedrag van de hotelkosten per maand, met een maximum van 18% van de bruto burgemeestersbezoldiging. Dit bedrag is onbelast voor burgemeester L; eventuele loon- en inkomstenbelasting worden door de gemeente aan haar vergoed.
Aangezien burgemeester L zich tot 23 februari 2021 niet inschrijft als ingezetene in de nieuwe gemeente, heeft zij gedurende de periode 1 juni 2019 tot 23 februari 2021 geen recht op een tegemoetkoming dubbele woonlasten. Zij heeft gedurende deze periode wel recht op de vergoeding tijdelijke huisvesting. Haar is gedurende deze periode namelijk ontheffing verleend van het ingezetenschap en zij maakt kosten in de nieuwe gemeente voor huisvesting in afwachting van haar inschrijving.
De maximale duur van deze vergoeding tijdelijke huisvesting is gekoppeld aan de verleende ontheffing, dus in deze situatie tot 1 mei 2021. Aangezien burgemeester L zich inschrijft per 23 februari 2021, eindigt de aanspraak op deze vergoeding per 23 februari 2021.
Deze vergoeding tijdelijke huisvesting betreft het bedrag van de maandelijkse huur van het appartement in de nieuwe gemeente, inclusief de kosten van energie en water, met een maximum van 18% van de bruto burgemeestersbezoldiging. Dit bedrag is onbelast voor haar; eventuele loon- en inkomstenbelasting worden door de gemeente aan haar vergoed.
Dat burgemeester L een huurcontract heeft voor het huis in de oude gemeente maakt voor de vergoeding tijdelijke huisvesting niet uit; noch voor het recht, noch voor de hoogte van die vergoeding.
Vanaf 1 februari 2021 heeft burgemeester L recht op een tegemoetkoming dubbele woonlasten. Voor de hoogte van de het door de gemeente te vergoeden bedrag maakt de overlap in de maand februari 2021 van pensionkostenvergoeding en tegemoetkoming niet uit. Beide regelingen gaan uit van maandelijkse bedragen, hebben dezelfde omschrijving van het te compenseren bedrag, en bovendien gaat het hier om de huurkosten van hetzelfde appartement.
Gedurende de periode 1 oktober 2020 tot 1 oktober 2021 heeft betrokkene een huurcontract waardoor er in deze periode per saldo voor haar geen woonlasten meer zijn ten aanzien van het huis in de oude gemeente. Vanaf 1 februari 2021 is er dus geen sprake van dubbele woonlasten en daarom bestaat er over de periode 1 februari 2021 tot 1 oktober 2021 geen recht op een tegemoetkoming.
Vanaf 1 oktober 2021 is het huurcontract beëindigd en heeft burgemeester L weer wel dubbele woonlasten. Aangezien het huis in de oude gemeente op 1 mei 2022 (drie jaar na de benoeming) nog niet is verkocht, eindigt per deze datum haar recht op een tegemoetkoming dubbele woonlasten.
De tegemoetkoming gedurende de genoemde perioden waarin burgemeester L recht had op tegemoetkoming, behelsde het bedrag van de huurkosten per maand van het appartement in de nieuwe gemeente, inclusief de kosten van energie en water, met een maximum van 18% van de bruto burgemeestersbezoldiging. Dit bedrag is onbelast voor burgemeester L; eventuele loon- en inkomstenbelasting worden door de gemeente aan haar vergoed.
Van 1 juni 2019 tot 23 februari 2021 en van 1 oktober 2021 tot 1 mei 2022 kan burgemeester L eenmaal per week een reis naar het huis in de oude gemeente declareren. Zij ontvangt in deze periode namelijk ofwel een vergoeding tijdelijke huisvesting ofwel een tegemoetkoming dubbele woonlasten.
Voor de verhuizing naar het appartement in de nieuwe gemeente in juni 2019 heeft burgemeester L recht op een verhuiskostenvergoeding.
Gedurende de periode 1 mei 2022 tot 17 november 2022 wordt burgemeester L niet meer door de gemeente ondersteund met enige huisvestingsvoorziening. Alle zijn gemaximeerd op drie jaar na de benoeming.
- Regeling
- Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-01-2019
- BWB-id
- BWBR0041643
- Versie
- 2019-01-01_0