wetzoeker

c — Tegemoetkoming dubbele woonlasten Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Tegemoetkoming dubbele woonlasten

Wanneer de burgemeester of de wethouder is verhuisd naar de nieuwe gemeente en zich ook heeft ingeschreven in zijn nieuwe woonplaats, maar zijn oude woning nog niet heeft verkocht, heeft hij aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor dubbele woonlasten (artikel 3:2.7, derde lid, van het besluit en artikel 3.7 van de regeling).

De hoogte van de tegemoetkoming is het bedrag van de kosten van de huisvestingsvoorziening in de nieuwe gemeente. Voor de hoogte van de tegemoetkoming geldt echter een maximum van 18% van de bruto bezoldiging. Dit bedrag is onbelast voor de ambtsdrager; eventuele loon- en inkomstenbelasting hierover komen ten laste van de gemeente. Dat betrokkene kosten heeft aan het koophuis in de oude gemeente is uitsluitend van belang voor het oordeel of er in dit geval al dan niet sprake is van dubbele woonlasten.

Met woonlasten zijn bedoeld de kosten die de ambtsdrager maakt in de nieuwe gemeente in verband met hypotheekrente of huur of vermindering van de bezoldiging in verband met de ambtswoning. In dit verband is een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening gelijkgesteld met een ambtswoning. Daarnaast horen de kosten van gas, water en elektriciteit ook tot de woonlasten die voor de hoogte van de tegemoetkoming in aanmerking komen.

Onder de Werkkostenregeling is er geen specifieke vrijstelling voor huisvestingsvoorzieningen. Op grond van artikel 31, vierde lid, onderdeel b, sub 2, van de Wet op de loonbelasting 1964 kan niet als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen de vergoeding/verstrekking ter zake van of in de vorm van een woning, behalve voor zover het gaat om huisvesting buiten de woonplaats ter zake van de dienstbetrekking. Gelet op de inschrijving in de basisregistratie personen moet de woning in de nieuwe gemeente aangemerkt worden als het hoofdverblijf van de ambtsdrager. De tegemoetkoming kan daarom niet in de eindheffing worden betrokken en zal tot het individuele loon van de ambtsdrager moeten worden gerekend. Daarom ook zal die tegemoetkoming gebruteerd moeten worden verstrekt. Daarmee komt de verschuldigde belastingheffing per saldo voor rekening van de gemeente.

De duur van deze vergoeding is op grond van het besluit gemaximeerd op drie jaar na de benoemingsdatum. De toekenning van de vergoeding is verder afhankelijk van het voor eenieder kenbaar te koop zetten van de oude woning (via internet, aangemeld bij een makelaar e.d.). Ook geldt als voorwaarde dat de betrokken ambtsdrager de lasten van de hypotheekrente draagt en dat er, verrekend met eventuele huurinkomsten ter zake van dat huis in de oude gemeente, daadwerkelijk sprake is van dubbele woonlasten.

Regeling
Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0041643
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl