wetzoeker

Artikel 3.1.12 Waarneming door raadslid Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Ingevolge artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet wordt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester het voorzitterschap van de gemeenteraad waargenomen door een raadslid. In artikel 3.1.12, eerste lid, is voor deze waarneming een toeslag geregeld van 8% op de vergoeding voor de werkzaamheden en op de vaste onkostenvergoeding, als deze waarneming meer dan dertig dagen duurt.

Op grond van artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet kan in sommige gevallen ook het ambt van burgemeester als zodanig door een raadslid worden waargenomen. In die situatie zijn ook andere bepalingen die gelden voor de burgemeester van overeenkomstige toepassing op het desbetreffende raadslid (met name de bepalingen inzake de reis- en verblijfkosten, een ter beschikking gestelde auto en terugroeping uit het buitenland). Ook wordt de vergoeding voor de werkzaamheden van het desbetreffende raadslid dan aangevuld tot het bedrag van de bezoldiging van de burgemeester en ontvangt hij een vakantie- en een eindejaarsuitkering, alsmede (in plaats van de onkostenvergoeding als raadslid) de vaste ambtstoelage van de burgemeester. Een en ander uiteraard naar rato van de duur van de waarneming.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat artikel 3.2.2 van toepassing is, ingeval het ambt van burgemeester niet door een raadslid, maar door een wethouder wordt waargenomen (artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet). Indien de commissaris van de Koning op grond van artikel 78 van de Gemeentewet in de waarneming van de burgemeester heeft voorzien, geldt artikel 3.2.14.

Regeling
Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0041643
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl