wetzoeker

Wijzigingsbesluit Besluit langdurige zorg en Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (verlaging vermogensinkomensbijtelling, verkorting overgangstermijnen voor de hoge en lage eigen bijdrage, de termijn waarover het CAK een eigen bijdrage mag opleggen, introduceren van een abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen en een grondslag voor uitzonderen eenmalige letselschadevergoedingen van het vermogen dat meetelt voor de vermogensinkomensbijtelling)

Besluit van 26 november 2018, houdende een wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 tot verlaging van de vermogensinkomensbijtelling, verkorting van de overgangstermijnen voor de hoge en lage eigen bijdrage, de termijn waarover het CAK een eigen bijdrage mag opleggen, het introduceren van een abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en een grondslag voor het uitzonderen van eenmalige letselschadevergoedingen van het vermogen dat meetelt voor de vermogensinkomensbijtelling voor de berekening van de bijdrage

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-10-2020
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0041626
Versie
2020-10-01_0
SHA-256 bron
a71fa6c4fd1565162fb8bbdca07de63ccaed9c0f23e2fbd03a8823ba721ac949

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt het Besluit langdurige zorg.

Artikel II

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Artikel III

1 Indien bij de verzekerde of cliënt voorafgaand aan de inwerkingtreding van de artikelen I, onderdeel F, en II, onderdeel K, toepassing is gegeven aan de artikelen 3.3.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, en achtste lid, van het Besluit langdurige zorg en 3.12, eerste lid, onderdelen a en b, en vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan blijven die voornoemde artikelen, zoals deze luidden op 31 december 2018, van toepassing op die verzekerde of cliënt.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op de verzekerde of cliënt waarbij een termijn van zestig dagen zonder verblijf in een instelling voor zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg of een accommodatie van een instelling voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verlopen na 31 december 2018.

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019 met uitzondering van:

a. artikel II, de onderdelen A tot en met D, G en H tot en met J, die in werking treden met ingang van 31 december 2018;

b. artikel II, onderdeel F, eerste lid, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.