wetzoeker

Artikel 1 Regeling vaststelling vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2019

De bedragen, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, worden als volgt herzien:

a. wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;

b. het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, wordt verhoogd tot € 898,96;

c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt vastgesteld op € 898,96 per jaar.

Regeling
Regeling vaststelling vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2019
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0041612
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl